Een zee van bootjes

Een kleine groep bootjes,
Vaart naar de kust van Molokaï.
Een zieke neemt de peddels in handen,
Brengt hen naar de parelwitte stranden.
Het schip maakt rechtsomkeer.
Geen weg naar huis meer.
Zoute tranen over hun wangen,
De pijn van het naar huis verlangen.
Geen moeder meer,
Geen vader.
Wachten op hun ontmoeting met de Heer.
Hun voeten raken voor het eerst het zand,
Van dat lange witte strand.
Dit is het einde,
Maar ook het begin.

Karolien Borghlevens

Nieuwjaarswensen

Vanuit de handelsschool in Braine-le-Comte stuurde Damiaan op 1 januari 1859 zijn gelukwensen aan zijn ouders:

Dierbare Ouders,

Ik voel me telkens gelukkig wanneer ik de gelegenheid vind om jullie mijn liefde en eerbied te tonen. Ik ben erg blij jullie vandaag te mogen zeggen dat ik jullie graag zie en dat mijn hart nooit jullie goedheid en alle goede dingen die jullie voor mij deden, zal vergeten. Dat ik nog vaak mag tonen hoezeer ik van jullie hou. Dat de Hemel jullie mag bewaren en beschermen, en jullie een lang en gelukkig leven mag schenken. Dat zijn de vurige wensen van jullie zoon.

Jef De Veuster

Nu ben ik priester!

Op 21 mei 1864 werd Damiaan door bisschop Louis Maigret tot priester gewijd in de kathedraal van Honolulu. Begin juni begeleidde de bisschop hem al naar zijn werkterrein op het eiland Big Island (Hawaii). Pas drie maanden na zijn wijding vond hij even de tijd om te schrijven.

In een brief van 23 augustus 1864 aan zijn ouders geeft hij zijn indrukken weer:

Op 21 mei laatstleden heeft het de Heer behaagd mij met de verheven waardigheid van het priesterschap te bekleden. De wijding had plaats in de kathedraal van Honolulu. We waren met drie nieuwe priesters, oud-novicen van Leuven. De bisschop van Arathie, Louis Maigret, Apostolisch Vicaris van de Hawaii-eilanden, heeft de heilige wijdingen toegediend.

Nu ben ik een priester, lieve ouders, een missionaris in een bedorven, ketters en afgodisch land. Wat een plicht betekent dat voor mij! Wat een apostolische ijver moet ik hebben! Hoe zuiver moet mijn zedelijk leven zijn, hoe juist mijn oordeel in het oog van anderen! Helaas, lieve ouders, hoe kan ik die U als kind zoveel verdriet heb aangedaan met mijn streken, een christenmens onwaardig, hoe kan ik de taak van een priester-missionaris vervullen?

Liefste ouders, vergeet deze arme priester toch niet die dag en nacht over de vulkanen van de eilanden rondloopt  op zoek naar verdwaalde schapen. Ik smeek U, bid dag en nacht voor mij! Laat thuis voor mij bidden (…)
Wees maar niet bezorgd over mij, want wie God dient is overal gelukkig.