Een zee van bootjes

Een kleine groep bootjes,
Vaart naar de kust van Molokaï.
Een zieke neemt de peddels in handen,
Brengt hen naar de parelwitte stranden.
Het schip maakt rechtsomkeer.
Geen weg naar huis meer.
Zoute tranen over hun wangen,
De pijn van het naar huis verlangen.
Geen moeder meer,
Geen vader.
Wachten op hun ontmoeting met de Heer.
Hun voeten raken voor het eerst het zand,
Van dat lange witte strand.
Dit is het einde,
Maar ook het begin.

Karolien Borghlevens

De ziel van Molokaï

De actuele gebeurtenissen laten hun sporen na. Terreur voedt de angst en het wantrouwen, het niets ontziend geweld de haat en wrok. Het ongeloof en de vertwijfeling is groot. Wat bezielt de mensen toch? We mogen dan wel niet over ons heen laten lopen, maar vreedzaam en geweldloos verzet is de enige uitweg met toekomst. Wapens brengen nooit vrede, woorden wel. Hoe moeilijk is het om voorbij afkomst, huidskleur, cultuur, religie of levensbeschouwing onze medemens in de vreemde ander te zien. En hebben we dan het lef om de mens te ontmoeten, of zetten we hem of haar dadelijk in één van onze hokjes? Als je de mens in de ander leert kennen, ontkiemt het wederzijds begrip en respect in hoofden en harten.

Ketters en afgodendienaars

Het is ook wat Damiaan overkwam, toen hij als priester-missionaris werkte op de Hawaii-eilanden. Hij kwam er aan in 1864 en begon ijverig te bekeren. De katholieke missionarissen hadden hun achterstand tegenover de protestantse zendelingen in te halen. Het waren geen goede vrienden en geregeld werden er scheldwoorden heen en weer geslingerd als ketter en afgodendienaar. En ook Damiaan sprak van het “vergif van de protestantse ketterij”. In zijn beginjaren trok hij dan ook ten strijde en was hij steeds in competitie met zijn protestantse concurrent. Trots schreef hij over een wedstrijdje heuvel beklimmen in zijn district Kohala op het eiland Hawaii. Zijn concurrent had maar liefst 2 uur nodig om de 600 hoogtemeters te overwinnen, terwijl hij de klus had geklaard in nog geen drie kwartier.

Copyright Damiaan Vandaag

Copyright Damiaan Vandaag

Steun en toeverlaat van iedereen

Op 10 mei 1873 kwam Damiaan aan in de melaatsennederzetting van Molokaï. Het waren de protestantse kranten uit de Hawaiiaanse hoofdstad Honolulu die zich weinig aantrokken van Damiaans theologie en hem alle lof toezwaaiden. De priester-held van Molokaï zou doorheen de jaren opvallend veranderen. Te midden van zijn melaatse medemensen, zag hij grenzen van religie en levensbeschouwing vervagen. Na enkele jaren telde hij omzeggens meer protestanten onder zijn vrienden dan katholieken, die hem met sympathie en inzamelacties bijstonden. Damiaan beschouwde zich als de steun en toeverlaat van iedereen. Hij schrijft het zelf: “Ik ga op bezoek bij zieken van wie de helft katholiek is. In elke hut waar ik binnenkom, begin ik met het aanbod hun biecht te horen. Zij die deze geestelijke hulp weigeren krijgen daarom evengoed hulp op tijdelijk gebied. Die wordt aan allen zonder onderscheid gegeven”.

Afgescheiden broers en zussen

Hij spreekt niet langer van ketters of afgodendienaars. Hij heeft het dan wel niet voor het calvinisme of mormonisme, maar zo spreek je toch niet over vrienden. Voortaan heeft hij het over zijn afgescheiden broers en zussen. Hij vindt het aangenaam dat ze het zo goed met elkaar kunnen vinden. De verschillende kerkgemeenschappen op Molokaï liggen niet met elkaar in de clinch. Ze vinden elkaar voor het welzijn van hun zieke parochianen. Oversten begrijpen er als buitenstaanders maar weinig van. Zo krijgt Damiaan van hogerhand te horen dat hij zich niet langer mag inlaten met zijn Mormoonse vrienden. Het raakte hem diep en schrijft zijn vrienden met spijt in het hart dat hij dient te gehoorzamen. Of hij in de praktijk ook daadwerkelijk gehoor heeft gegeven aan dit onmenselijke bevel, valt te betwijfelen.

Copyright Damiaan Vandaag

Copyright Damiaan Vandaag

Een uitmuntende naastenliefde

Ooggetuigen vertellen immers dat “zijn naastenliefde voor niet-katholieken even groot was als voor zijn eigen mensen. Wij hebben zelf gezien dat de protestanten tot bij Damiaan gingen en vroegen om kippen, eieren, tabak, suiker, enz. En Pater Damiaan gaf het hun zoals hij aan katholieken gaf. Hij was altijd aangenaam en bereid om te helpen”. Toen Edward Clifford, de anglicaanse vriend van Damiaan, op bezoek was in de melaatsenkolonie, noteerde die dat “hij (= Damiaan) verlangde, heel natuurlijk, dat zijn Engelse vrienden, die hem met zoveel sympathie en naastenliefde te hulp waren gekomen, deel zouden uitmaken van zijn kerk maar ik was blij te constateren, in mijn gesprekken met hem, dat hij niet geloofde dat de protestanten noodzakelijk veroordeeld waren tot de eeuwige dood”. En Clifford onderstreept dat “Damiaan altijd blijk gaf van een uitmuntende naastenliefde, ook tegenover meningen die hij als verkeerd beoordeelde”.

Empathie en de ziel van Molokaï

De Damiaan van Molokaï verschilt wel degelijk van de Damiaan werkzaam op het eiland Hawaii. Voorbij de vreselijke lepraziekte, ziet hij een mens. Voorbij de ketterse ander, een broer of zus, vriend of vriendin. Damiaan is empathisch. Hij leeft zich in. En zo groeit er vrede, wederzijds begrip en respect in de hoofden en harten van mensen over alle grenzen heen. Het is die vreedzame vrede (geen gewapende vrede!), de grenzeloze vriendschap en dat wonderlijk respect die de melaatsennederzetting van Molokaï bezielen. De ziel van Kalaupapa (Molokaï) kan ons ook vandaag bezielen en op weg zetten naar een nieuwe vreedzamere en menswaardigere toekomst!

Ruben Boon