Een zee van bootjes

Een kleine groep bootjes,
Vaart naar de kust van Molokaï.
Een zieke neemt de peddels in handen,
Brengt hen naar de parelwitte stranden.
Het schip maakt rechtsomkeer.
Geen weg naar huis meer.
Zoute tranen over hun wangen,
De pijn van het naar huis verlangen.
Geen moeder meer,
Geen vader.
Wachten op hun ontmoeting met de Heer.
Hun voeten raken voor het eerst het zand,
Van dat lange witte strand.
Dit is het einde,
Maar ook het begin.

Karolien Borghlevens

Advertenties

Geroepen-zijn Herder-zijn Moeder-zijn

Op zondag 11 mei stond de viering in de Sint-Michielskerk in Roeselare niet enkel in het teken van Damiaan. Ze werd ook nog eens rechtstreeks uitgezonden op Eén. De viering werd voorgegaan door deken Renaat Desmedt en muzikaal opgeluisterd door het Koninklijk Sint-Jozefskoor onder leiding van Michiel Goderis en het Sint-Michielskoor onder leiding van Wim Berteloot. Het was een viering rond geroepen zijn, moeder zijn, herder zijn. Met Gust Boudrez, Damiaanactievrijwilliger in hart en nieren, staan we even stil bij Damiaan en deze speciale Damiaanviering:

Geroepen zijn

Gust Boudrez:

Damiaan – nu vijf jaar heilig – werd in 1864 priester gewijd in zijn missieland zelf. De bisschop had priesters nodig en de congregatie dacht dat Damiaan de scholing niet had om priester te worden en zond hem dus als broeder naar Honolulu. Een nogal direct geroepen worden vanuit de bestaande nood. Damiaan zelf schrijft over zijn wens om in te treden bij de congregatie van zijn broer als een genade. Je kan als ouder toch je zoon de genade van het geroepen zijn niet ontnemen en hij voegt eraan toe zoiets als dat het ook zonde zou zijn dit in de weg te staan. Het luisteren van de ziel naar het fluisteren van God mogen we liefst niet met de woorden van een buitenstaander in eigen woorden inmetselen. Ook dat zou zonde zijn. Wat is er in de ziel van Damiaan gebeurd toen ze hem op Werchter-kermis kwijt waren en hij als klein jongetje in de kerk zat geknield voor het tabernakel ? Hoe is de brief ontstaan naar zijn ouders vanuit het internaat in ‘s Gravenbrakel waar hij Frans aan ’t leren was? Geroepen worden is een mysterie van de ziel maar naar buiten feitelijk herkenbaar. Bij zijn eeuwige geloften ligt Damiaan op de grond onder een zwart doek. Hij staat op, tekent de documenten van zijn congregatie en schrijft later dat hij herboren vanonder dat doek is opgestaan. De rest van Damiaans’ leven is ons wel bekend.

 

Roeselare4_aangepast

Copyright Gust Boudrez

 

Moeder zijn

Gust Boudrez:

Heeft Damiaan de werkkracht en het doorzetten vanuit de genen van de vader en kennen we Damiaan als een stoere bink, harde werker en koppige verdediger van zijn melaatsen. Wat moeder Catho in de zielen van haar kinderen heeft gezaaid daar kunnen we niet rond. Van de acht kinderen hebben 2 dochters en 2 zonen hun roeping voor een religieus leven beantwoord en waar gemaakt. We mogen haar zien vrouwelijk in het gemoed, gelovig, devoot, stil werkend. ‘s Avonds las ze haar kinderen heiligenlevens voor wat eigenlijk een toegankelijke en directe catechesevorm is. Levens zijn herkenbaar en ook te doen. Het is prachtig dat Jozef De Veuster als kloosternaam die van Sint Damianus kiest, arts en martelaar in het Rome dat toen nog christenen vervolgde. Die naam, bijna een profetie van zijn levenswerk, komt uit moeders heiligenboek. En Damiaan had meer vrouwelijks en moederlijks : zie hem maar zitten wonden te verzorgen, troost geven aan gemartelde zielen, bijstaan in het uur des doods van meer dan 2000 melaatsen die hij heeft begraven.

 

Herder zijn

Gust Boudrez:

Damiaan mag een goede herder worden genoemd. Van kindsbeen af noemden ze hem al een dierenvriend en hij gaf zijn boterhammen voor de middag weg aan een schooier. In zijn eerste missiepost bouwt hij een achttal kerken waar hij mensen samenbrengt onder de mantel van God. Hij vraagt hen in een preek bij de inhuldiging van een nieuwe kerk ook een kerk te bouwen in hun hart waar Jezus kan wonen. Wat hij voor zijn melaatsen heeft gedaan is legendarisch. Alles wat hij fysiek heeft opgebouwd : weeshuizen, kerkjes, huizen, waterleiding, baden, aanlegsteiger … daarvan mag je zeggen : God kwam hier langs! Het zweet bij de het houwen van de lavagrond is als het ware dat van Jezus in zijn dagen van lijden. Molokaï werd een voetafdruk van God. Hij zorgde dat niemand alleen moest sterven. Mogen we Damiaans bezig zijn noemen : de mantelzorg van God? Dit wordt ook belicht met het beeldje dat op het altaar zal staan : Damiaan omarmt met zijn mantel zijn mensen.
Dit zijn we zeker, hij schreef het zelf neer : ‘Ik hou van mijn kanaken, ik doe alles voor ze wat ik kan, als ze van hun priester houden gaan ze ook van God houden’. Moederlijke en herderlijke zorg brengt de kudde naar Gods weide.

Roeselare1_aangepast

Copyright Gust Boudrez