Damiaangebed

Pater Damiaan
Heilige,
Grootste Belg,
wij staan hier rond uw graf.
Wij weten wat gij gedaan hebt
voor ongeneeslijke zieken,
voor wie men geen oplossing had,
en ze dan maar naar een onbereikbare plek bracht:
Molokaï.

Uw geloof in God, in Jezus Christus,
heeft u hoop, geduld en moed gegeven
om deze zieken
liefde en vriendschap te brengen.
Uw inzet, en tenslotte uw dood,
schudde de wereld wakker.

Wij bidden u:
wil ook ons hart, en dat van iedereen, bezielen
om in onze wereld vandaag
iets van uw geloof en uw liefde te brengen,
naar het woord van Jezus:
“Het Rijk Gods is midden onder u”.

René Obbels, pater van de Heilige Harten

Copyright Mia Verbanck

Advertenties

Regenboogmensen

In de Paastijd dragen christenen overal ter wereld uit dat ze geloven dat er leven is voorbij de dood, dat geloof, hoop en liefde sterker zijn dan ongeloof, wanhoop en haat. Wie gelooft in de opstanding van een mens ten onrechte ter dood veroordeeld, legt zich niet neer bij wat mensen het leven onmogelijk maakt: armoede, ziekte, onrecht, oorlog, geweld, uitsluiting, racisme, …

Deze hoopvolle mensen laten het er niet bij. Het maakt hen kwaad. Ze staan op. Ze verheffen de stem. Ze luisteren. Ze spreken kordaat maar begripvol. Ze steken de handen uit de mouwen. Ze slaan de handen in elkaar. Ze rusten niet zolang er mensen zijn op aarde te neergeslagen door onrecht, pijn en verdriet. Ze hebben de moed om te geloven dat het anders kan.

Ze helpen mensen weer opstaan, herleven en nieuwe energie en levenszin putten om verder te gaan met leven ook als dat leven moeilijk leven wil en uitzichtloos en reddeloos lijkt. Zulke hoopvolle mensen zijn als een regenboog die  donkere wolken van pijn en verdriet verdrijft en een belofte van een nieuwe en betere toekomst in zich draagt. Damiaan was als een regenboog in het land van de regenboog. Zijn ook wij regenboogmensen?

Ruben Boon, projectleider Damiaan Vandaag

Ik zal er zijn

Wie God is
heeft geen mens ooit gezien.
Alles wat we weten
is dat telkens weer in de geschiedenis
mensen door Hem gegrepen worden,
door zijn liefde geraakt –
en dat zoiets je leven kan veranderen.
En dat Hij een naam heeft:
“Ik zal er zijn voor u.”
Ik zal er zijn
in je diepste binnenste,
in je hart en handen,
in je spreken en handelen.
Ik zal er zijn
als liefde en trouw
in je omgaan met mensen,
in je werken
aan beter samenleven voor allen.
Voor de rest heeft niemand
God gezien.
Tenzij hij misschien wel eens
te zien zou kunnen zijn in mensen
die elk op hun manier
van Gods naam een werkwoord maken
dat ze in alle vormen en wijzen vervoegen.
Ja, God is te zien
in mensen die geloven
dat hij te doen is.

(Welzijnszorg, Uit de schaduw. Bezinningsteksten, 2000, p. 133)