Kalaupapa: een verhaal van geloof, hoop en liefde

Advertenties

Kalaupapa

Een eiland in de Stille Zuidzee,
Ver van de bewoonde wereld.
Geen ziekenhuis of dokter,
Een eiland vol zieken,
Het recht van de sterkste als enige wet,
Ook al was iedereen evenveel met lepra besmet.
Geen geloof, geen god,
Leven zonder respect voor eender welk gebod.
Tot op een dag,
Damiaan bij hen kwam wonen,
En hen vertelde hoe naastenliefde kan lonen.
Langzaam maar zeker,
Geloofden de mensen weer in zichzelf en elkaar.
Het mooiste geschenk op aarde.

Karolien Borghlevens

Copyright Damiaan Vandaag

Copyright Damiaan Vandaag

Protestanten en katholieken vinden elkaar op Kalaupapa

Eenmaal geridderd en de rust teruggekeerd in de melaatsennederzetting van Kalaupapa blikt Damiaan uitgebreid terug op de gebeurtenissen in een brief aan zijn broer. Niet zonder enige ironie beschrijft hij zijn nieuwe ‘status’. Daarnaast onderstreept hij de prima verstandhouding tussen katholieken en protestanten in de nederzetting. Damiaan beschouwt ze als zijn broers en zussen in Christus. Op plaatsen waar mensen samen op de proef gesteld worden, verbleken verschillen en wordt de essentie duidelijk zichtbaar: leven naar Jezus’ voorbeeld als katholiek of protestant, is leven met respect, in solidariteit en dienstbaar voor elkaar.

Uit Damiaans brief aan zijn broer Pamfiel, 13 december 1881:

Na een stevige maaltijd klommen we opnieuw in het zadel en begaven we ons, Monseigneur en ik, naar het andere melaatsendorp, Kalaupapa, waar een bomvolle kerk ons zat op te wachten (ik moet je zeggen dat mijn ridderkruis het bisschopskruis van Monseigneur een beetje overschaduwde). Terwijl de bisschop druk bezocht werd, hield de ridder zich op in de biechtstoel en deed pater Albert een twintigtal doopsels. Nadien begeleidden we Monseigneur Herman naar de kerk waar hij een grote menigte zou vormen en het Heilig Sacrament zou zegenen.
De volgende dag ging Monseigneur opnieuw voor in de eucharistie en hield tevens de preek. Na de mis stond een afvaardiging van onze afgescheiden broeders, de calvinisten, onze bisschop op te wachten. Ze tonen dat hoewel er dan nog wel geen eenheid van geloof is er tenminste een goede verstandhouding is tussen de twee partijen. Een processie met ik weet niet hoeveel vlaggen vormde zich opnieuw en zo begeleidden wij de bisschop, het orkest voorop, naar de voet van de pali waar hij afscheid nam.

Prinses op bezoek

Terwijl haar broer en koning van het koninkrijk Hawaii, Kalakaua, een wereldreis maakte en in dat kader ook een bezoek bracht aan België, bezocht zijn zus en plaatsvervanger de prinses en latere koningin Liliuokalani, in september 1881 de melaatsen van Molokaï. De bewoners van de melaatsennederzetting lieten niets aan het toeval over en bereidden een onvergetelijke ontvangst voor. Zestig ruiters, voor de gelegenheid in het rood en zwart uitgedost, en 800 nieuwsgierigen stonden de prinses aan de landingsplaats op te wachten en ontvingen haar met een warm aloha. Regeringscommissaris Rudolf Meyer en pater Damiaan namen de prinses mee op verkenningstocht. Ze ging op bezoek bij enkele melaatsen thuis en bezocht ook het jongens- en meisjesweeshuis. Ze drong erop aan ook een bezoek te brengen aan het hospitaal hoewel Damiaan en Meyer het haar afraadden. De prinses was niet opgewassen tegen het tafereel van ontmenselijkte gezichten en verminkte lichamen. Ze sprak met een melaats meisje dat er erg aan toe was en ging nadien vol tranen naar buiten. Toen ze weer afscheid nam, bracht het meisjeskoor nog enkele liederen en serenades. De prinses drukte haar bewondering uit voor de moed en doorzetting van de inwoners van de nederzetting. Ze was fier omdat ze gescheiden van hun dierbare familie en vrienden, dapper pijn en leed bleven dragen. Ze kreeg een krop in de keel, liet de tranen stromen en kreeg geen woord meer gezegd. Het koninkrijk zou er alles aan doen om leven en welzijn van de zieken in de melaatsenkolonie te verbeteren, zo verzekerde ze.