Met de voeten op de grond, wijzend naar de hemel

Tweede helft negentiende eeuw. Op zoek naar een geschikte plaats om mensen met lepra af te zonderen, sprong Kalaupapa, de noordelijke landtong van het eiland Molokaï (Hawaï-eilanden) in het oog. Omringd door de Grote Oceaan en afgescheiden van de rest van het eiland door een steile rotswand vormde dit stuk land, in de ogen van de Hawaïaanse overheid, de perfecte locatie om alle ongeneeslijke zieken samen te brengen in afwachting van een gewisse dood.

Copyright Juliaan Vandekerkhove

Overweldigend natuurschoon kreeg plots een wrange bijklank. Het paradijs werd ziek. De landtong kreeg een nieuwe bestemming als natuurlijke gevangenis. Wie er in de tijd van Damiaan aankwam, koesterde geen hoop op vrijlating en bezat geen bezoekrecht. Familieleden, vrienden en kennissen profiteerden weliswaar van de mazen in de wet om als gezonde helper hun dierbaren te vergezellen naar deze plek maar even later werd ook hun de toegang ontzegd.

Damiaan wist wat hem te wachten stond en toch bood hij zich vrijwillig aan om lief en leed te delen met de mensen van Kalaupapa. Hij schrijft zijn ouders na aankomst:

Mijn gewone bezigheid bestaat uit het bezoeken en verzorgen van de zieken. Bijna elke dag heb ik een begrafenis. Voor de arme doden maak ik zelf een kist. Onze zusters zenden mij vele kleren om aan de zieken uit te delen. Zodat ik aan deze arme schepselen niet alleen geestelijke maar ook maar ook lichamelijke hulp kan bieden. Ik vind mijn grootste geluk de Heer te dienen in zijn arme en zieke kinderen die door de andere mensen verlaten zijn. Ik doe wat ik kan om hen mee te nemen op de weg naar de hemel.

Meer dan eens wordt Damiaan  beschouwd als de gevangene van zijn roeping maar hij ervoer integendeel een grenzeloos geluk en een onwezenlijk gevoel van bevrijding. Daar op Kalaupapa besefte hij aan den lijve waar het christen-zijn omdraait. Het gaat er om mens te zijn.

De opdracht van elke christen bestaat erin zoals Dietrich Bonhoeffer dat zo kernachtig formuleert, uit “bidden en onder de mensen het goede doen”.

Damiaans christen-zijn bood de ongeneeslijk zieke mensen op Kalaupapa toch een uitweg doordat hij telkens naar de hemel wees. Elk mensenleven is de moeite waarde hier op aarde en ook voorbij de dood. Met de voeten op de grond, klaar om iedereen te helpen, en tegelijk wijzend naar de hemel als definitieve uitweg uit alle pijn en verdriet, won Damiaan de harten van zijn melaatse vrienden. Damiaans hemel gaf opnieuw zin aan hun leven op aarde.

Copyright Damiaan Vandaag

 

Advertenties

Verlangen naar een hemel…

We verlangen allemaal naar de hemel waar God is,
maar we kunnen dat NU,
op DIT ogenblik waar maken:
door lief te hebben, zoals hij liefheeft
te helpen, zoals hij helpt
te geven, zoals hij geeft
te dienen, zoals hij dient
te redden, zoals hij redt.
De hele dag,
vierentwintig uur lang,
kun je met hem zijn:
door hem, die zich achter alle ellende verbergt, aan te raken.

Moeder Teresa van Calcutta, 1910-1997