Regenboogmensen

In de Paastijd dragen christenen overal ter wereld uit dat ze geloven dat er leven is voorbij de dood, dat geloof, hoop en liefde sterker zijn dan ongeloof, wanhoop en haat. Wie gelooft in de opstanding van een mens ten onrechte ter dood veroordeeld, legt zich niet neer bij wat mensen het leven onmogelijk maakt: armoede, ziekte, onrecht, oorlog, geweld, uitsluiting, racisme, …

Deze hoopvolle mensen laten het er niet bij. Het maakt hen kwaad. Ze staan op. Ze verheffen de stem. Ze luisteren. Ze spreken kordaat maar begripvol. Ze steken de handen uit de mouwen. Ze slaan de handen in elkaar. Ze rusten niet zolang er mensen zijn op aarde te neergeslagen door onrecht, pijn en verdriet. Ze hebben de moed om te geloven dat het anders kan.

Ze helpen mensen weer opstaan, herleven en nieuwe energie en levenszin putten om verder te gaan met leven ook als dat leven moeilijk leven wil en uitzichtloos en reddeloos lijkt. Zulke hoopvolle mensen zijn als een regenboog die  donkere wolken van pijn en verdriet verdrijft en een belofte van een nieuwe en betere toekomst in zich draagt. Damiaan was als een regenboog in het land van de regenboog. Zijn ook wij regenboogmensen?

Ruben Boon, projectleider Damiaan Vandaag

Advertenties

Met de voeten op de grond, wijzend naar de hemel

Tweede helft negentiende eeuw. Op zoek naar een geschikte plaats om mensen met lepra af te zonderen, sprong Kalaupapa, de noordelijke landtong van het eiland Molokaï (Hawaï-eilanden) in het oog. Omringd door de Grote Oceaan en afgescheiden van de rest van het eiland door een steile rotswand vormde dit stuk land, in de ogen van de Hawaïaanse overheid, de perfecte locatie om alle ongeneeslijke zieken samen te brengen in afwachting van een gewisse dood.

Copyright Juliaan Vandekerkhove

Overweldigend natuurschoon kreeg plots een wrange bijklank. Het paradijs werd ziek. De landtong kreeg een nieuwe bestemming als natuurlijke gevangenis. Wie er in de tijd van Damiaan aankwam, koesterde geen hoop op vrijlating en bezat geen bezoekrecht. Familieleden, vrienden en kennissen profiteerden weliswaar van de mazen in de wet om als gezonde helper hun dierbaren te vergezellen naar deze plek maar even later werd ook hun de toegang ontzegd.

Damiaan wist wat hem te wachten stond en toch bood hij zich vrijwillig aan om lief en leed te delen met de mensen van Kalaupapa. Hij schrijft zijn ouders na aankomst:

Mijn gewone bezigheid bestaat uit het bezoeken en verzorgen van de zieken. Bijna elke dag heb ik een begrafenis. Voor de arme doden maak ik zelf een kist. Onze zusters zenden mij vele kleren om aan de zieken uit te delen. Zodat ik aan deze arme schepselen niet alleen geestelijke maar ook maar ook lichamelijke hulp kan bieden. Ik vind mijn grootste geluk de Heer te dienen in zijn arme en zieke kinderen die door de andere mensen verlaten zijn. Ik doe wat ik kan om hen mee te nemen op de weg naar de hemel.

Meer dan eens wordt Damiaan  beschouwd als de gevangene van zijn roeping maar hij ervoer integendeel een grenzeloos geluk en een onwezenlijk gevoel van bevrijding. Daar op Kalaupapa besefte hij aan den lijve waar het christen-zijn omdraait. Het gaat er om mens te zijn.

De opdracht van elke christen bestaat erin zoals Dietrich Bonhoeffer dat zo kernachtig formuleert, uit “bidden en onder de mensen het goede doen”.

Damiaans christen-zijn bood de ongeneeslijk zieke mensen op Kalaupapa toch een uitweg doordat hij telkens naar de hemel wees. Elk mensenleven is de moeite waarde hier op aarde en ook voorbij de dood. Met de voeten op de grond, klaar om iedereen te helpen, en tegelijk wijzend naar de hemel als definitieve uitweg uit alle pijn en verdriet, won Damiaan de harten van zijn melaatse vrienden. Damiaans hemel gaf opnieuw zin aan hun leven op aarde.

Copyright Damiaan Vandaag

 

Een Damiaangebed

Apostel der leprozen
door God toen uitgekozen
te gaan naar dat soort mensen
met vragen en met wensen.

Geen hoop op verder leven
hun niemand nog kon geven;
Hebt gij, Heilige Damiaan
toen wonderen gedaan
met zorg en liefde voorbereid
op d’eeuwige Hemelse zaligheid.

Wees nu voor ons een nieuw anker
geen lepra maar die erge kanker.
Wij vragen U door ons gebed
dat menig mens ook wordt gered.

Veel leed misschien kan hen besparen
door wetenschap die ze vergaren
dat ons gebed voor beiden samen
Uw goedheid treft, zeggen wij
Amen.

Gust Lybaert, bewoner van De Korenbloem, WZC Den Olm Bonheiden, 2 september 2017

Een verhaal zonder einde

Het begon in zijn gedachten,
Die wil om te helpen.
Ver van huis,
Het gevoel geroepen te worden.
Hij stapte zonder aarzeling op de boot,
Naar een plaats die hij nog nooit had gezien.
Een plaats die hij thuis zou noemen.
Jaarlijks vertrekken honderden mensen,
Naar ver afgelegen gebieden.
Zijn voorbeeld volgend.
De Damiaanactie, Plan International, SOS Kinderdorpen,
Allemaal willen ze helpen.
Waar ze ook maar kunnen,
Waar ze nodig zijn.

Karolien Borghlevens

Tremelore

Tremelore,

Alwaar een uitzonderlijk man ooit werd geboren
Zijn wieg stond in Ninde
Een eenvoudige thuis
Een verre bestemming
Werd zijn eeuwig huis

Damiaan,
Zijn blijkveld reikte verder dan bekrompen
Wars van vleierij en klerikaal verwaand
Religieus in lompen

Materialistisch denken en aardse hengsels
Konden hem niet bekoren
Het was bij de zieken, verschoppelingen
Aan wie hij zou behoren.

Wij melaatsen
Doordrongen intiem,
Paradijselijke dumpplaatsen
Verdoemd mensdom
Veruitwendigde Zijn rijkdom
In diepe gedrochten van lijden
Werd hij een met de zijnen.

Ereburger van Tremelo
Opmerkelijk verwaarloosbaar ego
Gekoesterd in talrijke harten
Getart door onnoemelijke smarten
Kleine daden, zielsverbonden
Tedere liefde, onomwonden.

Damiaan,
In onbaatzuchtigheid
Zijn wilskracht en eenvoud
Verbindt ons in deemoedige nederigheid.

Greet Van Moer, dorpsdichteres van Tremelo 2016-2017

Een zee van bootjes

Een kleine groep bootjes,
Vaart naar de kust van Molokaï.
Een zieke neemt de peddels in handen,
Brengt hen naar de parelwitte stranden.
Het schip maakt rechtsomkeer.
Geen weg naar huis meer.
Zoute tranen over hun wangen,
De pijn van het naar huis verlangen.
Geen moeder meer,
Geen vader.
Wachten op hun ontmoeting met de Heer.
Hun voeten raken voor het eerst het zand,
Van dat lange witte strand.
Dit is het einde,
Maar ook het begin.

Karolien Borghlevens