Een verhaal zonder einde

Het begon in zijn gedachten,
Die wil om te helpen.
Ver van huis,
Het gevoel geroepen te worden.
Hij stapte zonder aarzeling op de boot,
Naar een plaats die hij nog nooit had gezien.
Een plaats die hij thuis zou noemen.
Jaarlijks vertrekken honderden mensen,
Naar ver afgelegen gebieden.
Zijn voorbeeld volgend.
De Damiaanactie, Plan International, SOS Kinderdorpen,
Allemaal willen ze helpen.
Waar ze ook maar kunnen,
Waar ze nodig zijn.

Karolien Borghlevens

Advertenties

Tremelore

Tremelore,

Alwaar een uitzonderlijk man ooit werd geboren
Zijn wieg stond in Ninde
Een eenvoudige thuis
Een verre bestemming
Werd zijn eeuwig huis

Damiaan,
Zijn blijkveld reikte verder dan bekrompen
Wars van vleierij en klerikaal verwaand
Religieus in lompen

Materialistisch denken en aardse hengsels
Konden hem niet bekoren
Het was bij de zieken, verschoppelingen
Aan wie hij zou behoren.

Wij melaatsen
Doordrongen intiem,
Paradijselijke dumpplaatsen
Verdoemd mensdom
Veruitwendigde Zijn rijkdom
In diepe gedrochten van lijden
Werd hij een met de zijnen.

Ereburger van Tremelo
Opmerkelijk verwaarloosbaar ego
Gekoesterd in talrijke harten
Getart door onnoemelijke smarten
Kleine daden, zielsverbonden
Tedere liefde, onomwonden.

Damiaan,
In onbaatzuchtigheid
Zijn wilskracht en eenvoud
Verbindt ons in deemoedige nederigheid.

Greet Van Moer, dorpsdichteres van Tremelo 2016-2017

Een zee van bootjes

Een kleine groep bootjes,
Vaart naar de kust van Molokaï.
Een zieke neemt de peddels in handen,
Brengt hen naar de parelwitte stranden.
Het schip maakt rechtsomkeer.
Geen weg naar huis meer.
Zoute tranen over hun wangen,
De pijn van het naar huis verlangen.
Geen moeder meer,
Geen vader.
Wachten op hun ontmoeting met de Heer.
Hun voeten raken voor het eerst het zand,
Van dat lange witte strand.
Dit is het einde,
Maar ook het begin.

Karolien Borghlevens

Een bijzonder Damiaangedicht

Aan Pater Damiaan

Uw bronzen silhouet, o Damiaan,
Reusachtig rijst ze, hoger dan de rots
Verheven, waakzaam, als een baken Gods
Te midden d’eind’loosheid van de oceaan…

Uw reuzenleven straalt uit heel uw staan:
Het kruis omvat ge hoopvol, kalm en trots,
Uw rechterhand beschermt wie slechts ’t geklots
Der golven troostte bij ’t stervende vergaan…

Verhef ons, Damiaan, ons jonge schaar,
Die streeft en strijdt, verbeten, om uw deugd:
Gegrepen, lijk wij zijn, in uw gebaar

Naar God op, maar de steun van uwe vreugd
Ontbeert, om sterk bij lijfs-en zielsgevaar,
Melaatsen op te voeren tot een jeugd.

Gedicht van Jaak Nouwen (1938-1994), leerling van poësis (voorlaatste jaar van de humaniora, nu 5de middelbaar) aan het Damiaancollege in Aarschot, geschreven op 1 maart 1956.

Een bijzonder pianopaar

In de kerk stond een piano,
Een oud instrument.
Damiaan vroeg aan een melaatse,
Of hij nog eens wou spelen.
Met slechts drie vingers aan elke hand,
Was het moeilijk.
Niet alle noten konden gespeeld worden,
Op het gepaste moment.
Het lukt niet,
Zei de man een beetje triest.
Tot een andere man naast hem kwam zitten.
Ook met drie vingers aan elke hand,
Samen speelden ze,
Mooie muziek echode door de kerk.
Alleen konden ze niet spelen,
Maar als je iets samen doet,
Dan lukt dat even goed.

Karolien Borghlevens

Een klein eiland

Molokaï,
Een eiland heel klein.
Toonde dat wie klein is,
Ook groot kon zijn.
Zieken kwamen aan op het strand,
Verstoten uit hun eigen vaderland.
Eilandbewoners kwamen hen tegemoet,
Met vers voedsel,
Een aardig woord,
Dat ze van hun priester hadden gehoord.
Behandel elke nieuweling,
Zoals je beste vriend.
Geef de ontvangst die je zelf zou willen,
Grootsheid in kleine daden.

Karolien Borghlevens

Stralen zonder de zon

De zon staat hoog aan de hemel,
Haar stralen raken iedereen.
Rijke mensen,
Maar zeker ook de armen.
Maar alleen bij speciale mensen,
Zal ze ook het hart verwarmen.
Molokaï baadde in het zonlicht,
Vele dagen op een jaar.
Stralen van het licht,
In ieders gezicht.
Maar op grauwe dagen,
Zonder zon,
Was er slechts een gezicht,
Dat mooi stralen kon.

Karolien Borghlevens