Met Damiaan op weg naar Kerstmis

Christenen vertrouwen op een God die geen afstand bewaart, maar mensen liefdevol nabij wil zijn als een vader en een moeder. Sterker nog, christenen geloven dat God mens geworden is. In christelijke ogen symboliseert een kwetsbaar en onschuldig kind de menswording van God.
Met Kerstmis in aantocht willen we op zoek gaan naar de betekenis van dat christelijke geloof in een nabije God die mens wordt. Damiaan is bij die zoektocht – zo blijkt – een ideale gids en tochtgenoot. Was hij immers als geen ander mensen liefdevol nabij op Molokaï?

Hoe wordt God mens?

Hoe kan God mens worden in onze huidige samenleving die nog steeds mensen discrimineert en uitsluit op grond van wie ze zijn en wat ze bezitten? Hoe kan God mens worden in een tijd waarin mensen elkaar eerder zien als last en bedreiging dan als broers en zussen over grenzen heen?
Dat kan alleen als God zich klein en kwetsbaar toont. Dat kan alleen als hij zich identificeert met wie verdrukt wordt. Dat kan alleen als hij bondgenoot wordt van mensen in nood, aan de rand van onze samenleving. God is geen machtige koning op een troon ergens in den hoge. Hij wil redden wie zogenaamd niet gered kan worden. Hij blijft niet onbewogen en onverschillig. Hij laat zich raken en beroeren door de pijn, het verdriet, de noodkreet van mensen. Hij verschilt in alles van de wereldlijke goden en machten zoals eerzucht, hebzucht en heerszucht die mensen in hun greep houden en onderdrukken.

Ongehoord en ongelofelijk

De christelijke God erkent de menselijke waardigheid en respecteert de menselijke autonomie en vrijheid. Hij wil dat mensen ten volle mens zijn en worden in liefde- en respectvolle relatie met elkaar. Dat blijkt niet altijd even eenvoudig. Daarom laat God mensen niet in de steek. Hij geeft hen nooit op ook al lijkt de situatie hopeloos. Niemand gaat in zijn ogen verloren. Hij deelt het lot van mensen in goede en kwade dagen. Hij steekt de hand uit. Nooit wordt hij het moe zijn vriendschap en solidariteit te betuigen zelfs al tonen mensen zich helemaal niet geïnteresseerd of keren ze hem boos de rug toe. Dit verbond tussen God en de mens is onverwoestbaar. Geen wereldlijke macht of kracht krijgt het stuk. Dit valt niet te rijmen met wereldlijke maatstaven. Het is ongelofelijk en ongehoord. “Wie heeft dat ooit gehoord, wie heeft het ooit vernomen, in wie is het ooit opgekomen, wie heeft zoiets bedacht… een God die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht?”, vraagt de profeet Jesaja zich af in het Oude Testament.

Wie wacht er vandaag op Gods menswording?

Misschien zij die zich nergens thuis voelen, nergens welkom zijn, overal scheef bekeken worden, naar wie geen mens omkijkt. Misschien zij die lam geslagen zijn door pijn en verdriet en het niet meer zien zitten. Misschien zij die ogenschijnlijk alles zijn en hebben wat ze wensen kunnen maar toch een onbestemd gevoel van leegte ervaren. Misschien zij die zichzelf verliezen in de drukte en hectiek van het alledaagse leven en geen tijd vinden voor wat er echt toe doet. Voor hen wordt God mens. Voor hen toont hij zich van zijn meest menselijke en kwetsbare kant. God wordt mens onder de mensen zonder onderscheid. En dat is ongehoord, zoals de profeet Jesaja ook verkondigt.

Op een dag kwam God naar de aarde en zei: ‘Wij, melaatsen’

Is wat Damiaan deed ook niet ongehoord? Damiaan ging naar Molokaï om het leven te delen van mensen met wie niemand zich wilde inlaten, mensen uit de maatschappij verbannen vanwege hun ongeneeslijke ziekte. Vanuit zijn geloof in de christelijke God kon hij deze mensen niet aan hun lot overlaten. Zestien jaar leefde hij in hun midden. Hij leerde hun taal. Hij luisterde naar hun verhalen en sprak woorden van troost en bemoediging. Hij deelde hun vreugde en verdriet. Hij verzorgde hun wonden, at met hen uit dezelfde kom, dronk uit dezelfde beker.

Ingezamelde hulpgoederen deelde hij uit zonder onderscheid. Hij voorzag in degelijke huisvesting en zorgde ervoor dat mensen waardig begraven werden. Onderwijs en ontspanning laten je als mens ten volle tot ontplooiing komen. Daarom investeerde hij tijd en energie in de oprichting van een school, een koor en een fanfare. Regelmatig brachten zangers en muzikanten de zieke gemeenschap van Molokaï in feeststemming. Voor Damiaan waren de zieke en verstoten mensen als een familie die je niet in de steek laat. Molokaï bouwde hij uit tot een nieuwe thuis. Hij sloot zichzelf niet op. Hij was niet voorzichtig. Hij bewaarde geen afstand. Hij riskeerde besmetting omdat hij de mensen van Molokaï het gevoel wilde geven dat ze erbij hoorden.

Niet lang na zijn aankomst sprak Damiaan op een zondag zijn zieke vrienden in de kerk toe met de symbolisch woorden “Wij, melaatsen”. Vanaf dat moment was Damiaan er niet enkel voor hen, om hen te helpen en hun lijden te verzachten. Vanaf dat moment was Damiaan één van hen. Hij ging in hun schoenen staan. Hij identificeerde zich met hen. Hij verbond zijn lot aan wie verstoten en reddeloos was. Hij toonde zich klein en kwetsbaar, mens met de mensen van Molokaï.

God wordt mens elke dag opnieuw

Elke dag opnieuw wordt de christelijke God weer mens in en door mensen zoals Damiaan die ongehoorde dingen doen, angst en vooroordelen overwinnen en tegen de stroom ingaan. Klein en kwetsbaar, in liefde en verbondenheid met mensen in nood voel je je als mens opnieuw geboren worden. Damiaan wijst ons zo tussen alle kerstheisa en -drukte door de weg naar Kerstmis.

Bron: John Ortberg, God is closer than you think, Michigan, 2005.

Advertenties

Damiaan: gids en tochtgenoot voor de 21ste eeuw

Damiaan is meer dan een held en een heilige uit het verleden. Damiaan opsluiten in dat roemrijke verleden is hem oneer aan doen. Hij staat immers dichter bij ons dan we denken. Hij is brandend actueel. Voor ons en voor al wie zich inzet om van onze samenleving een hartelijke en gastvrije thuis te maken, kan Damiaan een gids en tochtgenoot zijn. In zijn boekje Gelukkig zijn met Damiaan als bondgenoot vertaalt Walter Van Wouwe, voormalig stafmedewerker van Damiaanactie en huidig projectcoördinator van de Clemenspoort (Redemptoristen) in Gent, het boeiende leven van Damiaan naar vandaag. Hij doet dat aan de hand van 5 sterren, levenswijsheden, richtsnoeren, die ons kunnen inspireren om met Damiaan vandaag op weg te gaan. We zetten deze 5 sterren of wegwijzers voor u op een rij.

Ster 1: Iedereen telt, dat telt

 

Damiaan groeit op als Brabantse boerenjongen. De boerderij en graanhandel van zijn ouders vormen ‘zijn’ wereld. Wanneer hij later als jonge missionaris aankomt op de Hawaï-eilanden gaat een nieuwe onbekende horizon voor hem open. Hij maakt kennis met een andere cultuur en leert een nieuwe taal. In het begin maakt hij nog onderscheid tussen katholieken en niet-katholieken. Zijn keuze voor de leprakolonie van Molokaï maakt van een zieltjeswinner evenwel een religieus bewogen mensenrechtenactivist en ziekenverzorger. Voorbij alle grenzen van religie of levensovertuiging, afkomst of huidskleur is Damiaan overtuigd van de waardigheid van elke mens. Vanuit zijn geloof beschouwt hij ieder mens als zijn broer of zus die aandacht en zorg verdient. In Damiaans ogen is elke mens de moeite waard. Hiermee overstijgt Damiaan het hokjesdenken van zijn tijd en zet hij actief in op verbondenheid. Hij schept zo levenskansen voor iedereen.

Ster 2: Maak van elke hindernis een springplank

 

Damiaan kent heel wat problemen en tegenslagen. Hij voelt zich meer dan eens eenzaam, onbegrepen, depressief, opgebrand. Wanneer hij zelf ziek is, overvalt hem de angst dat er niemand is om hem te helpen en zijn werk verder te zetten. Hier komt Damiaan niet op de voorgrond als de tot de verbeelding sprekende held maar als een mens van vlees en bloed. Ondanks alle kommer en kwel koestert Damiaan het vertrouwen dat hij nooit helemaal alleen staat. Hij vindt steun bij zijn zieke parochianen, bij sympathisanten en weldoeners wereldwijd, in zijn geloof in Iemand die je nooit in de steek laat. In de donkere nacht van pijn en verdriet gaat Damiaan op zoek naar hoopgevende lichtpunten. Hij toont zich veerkrachtig en geeft niet op. Damiaan zoekt het lijden niet op en verbloemt het niet. Hij pakt het samen met anderen aan en gebruikt het als springplank naar hernieuwde levenszin.

Ster 3: Een plus een is drie of soms vier of soms…

 

Over Damiaan doet de ronde dat hij een nukkig en koppig man zou geweest zijn. Kortom, moeilijk om mee samen te werken. Al wie hem persoonlijk heeft gekend, ontkent niet dat Damiaan een temperamentvolle en ijverige doorzetter is. Toch zoekt hij vooral naar verbondenheid en samenwerking. Damiaan is een echte gemeenschapsmens. Herhaaldelijk vraagt hij zijn bazen om hulp, om een steun en toeverlaat. Hij is dolgelukkig als er hulp uit onverwachte hoek komt of bezoek van één van zijn buitenlandse vrienden. Damiaan inspireert mensen tot samenwerking. Samen met zijn zieke parochianen bouwt hij aan de kerk en talrijke huisjes. Hij richt een fanfare en talrijke verenigingen op en organiseert feesten en processies. Damiaan luistert naar de noden en verlangens van zijn medemensen, respecteert hun eigenheid en spreekt hun talenten aan. In zulke sfeer van wederzijds respect en begrip zijn velen bereid het beste van zichzelf te geven voor elkaar en samen een stukje hemel op aarde te realiseren.

Ster 4: Bruggen bouwen

 

Damiaan sluit zich niet op in zijn eigen situatie of persoonlijke levensovertuiging. Hij opent nieuwe wegen in  dialoog met wie niet tot zijn Kerk behoort en durft te experimenteren met nieuwe geneesmiddelen voor lepra. Hij schrijft talrijke brieven, niet alleen naar zijn overste of naar zijn familie maar ook naar sympathisanten en donateurs wereldwijd. Hij heeft contacten met de politieke wereld, met kunstenaars, met leden van andere Kerken die hij tot zijn beste vrienden mag rekenen. Bezoekers op Molokaï ontvangt hij gastvrij en in stijl. Zo ontstaat er een netwerk van solidariteit dat de ganse wereld omspant. Damiaan treedt uit zijn comfortzone, toont zich open en ruimdenkend, gaat constructief op zoek naar wie zijn droom van een menswaardige samenleving deelt en zich ervoor wil inzetten.

Ster 5: Verzorg je inspiratiebronnen

 

Damiaan wakkert het vuur, de levenszin, aan bij zijn ongeneeslijke zieke medemensen. Hij raakt hun harten en verzacht de pijn en het verdriet van een leven in afzondering. Damiaan wordt dan wel heel erg opgeslorpt door al zijn dagelijkse bezigheden en bekommernissen, toch draagt hij ook zorg voor zijn innerlijk vuur en zijn eigen inspiratiebronnen. Hij bezoekt zijn zieke parochianen thuis of in het ziekenhuis en luistert naar wat hen bezighoudt. Hij viert samen feestelijk eucharistie. Hij studeert en leest tijdschriften. Hij neemt de tijd om te vertragen, te verstillen, te bidden en te mediteren. Het gebed geeft hem de moed en energie om vol te houden. In de stilte vindt hij – in alle drukte – terug wat wezenlijk van belang is. Damiaan probeert zorg te dragen voor zichzelf, maakt tijd voor wie hem na aan het hart ligt, voedt zijn inspiratiebronnen, verzamelt nieuwe kennis en wijsheid voorbij de waan van alledag, zoekt de stilte op om echt te herbronnen.

We geven 5 exemplaren van het boekje Gelukkig zijn met Damiaan als bondgenoot door Walter Van Wouwe gratis weg. Maak kans en stuur ons een e-mail (info@damiaanvandaag.be) met daarin een korte motivatie waarom u graag het boekje zou willen.

U kunt het boekje Gelukkig zijn met Damiaan als bondgenoot door Walter Van Wouwe ook eenvoudigweg bij ons bestellen via info@damiaanvandaag.be of tel. 016 31 63 68. De kostprijs bedraagt 5 euro + 2 euro verzendingskosten.

Download hier dit artikel in pdf: Artikel_Damiaan_gids_tochtgenoot_21ste_eeuw

 

Regenboogmensen

In de Paastijd dragen christenen overal ter wereld uit dat ze geloven dat er leven is voorbij de dood, dat geloof, hoop en liefde sterker zijn dan ongeloof, wanhoop en haat. Wie gelooft in de opstanding van een mens ten onrechte ter dood veroordeeld, legt zich niet neer bij wat mensen het leven onmogelijk maakt: armoede, ziekte, onrecht, oorlog, geweld, uitsluiting, racisme, …

Deze hoopvolle mensen laten het er niet bij. Het maakt hen kwaad. Ze staan op. Ze verheffen de stem. Ze luisteren. Ze spreken kordaat maar begripvol. Ze steken de handen uit de mouwen. Ze slaan de handen in elkaar. Ze rusten niet zolang er mensen zijn op aarde te neergeslagen door onrecht, pijn en verdriet. Ze hebben de moed om te geloven dat het anders kan.

Ze helpen mensen weer opstaan, herleven en nieuwe energie en levenszin putten om verder te gaan met leven ook als dat leven moeilijk leven wil en uitzichtloos en reddeloos lijkt. Zulke hoopvolle mensen zijn als een regenboog die  donkere wolken van pijn en verdriet verdrijft en een belofte van een nieuwe en betere toekomst in zich draagt. Damiaan was als een regenboog in het land van de regenboog. Zijn ook wij regenboogmensen?

Ruben Boon, projectleider Damiaan Vandaag

Met de voeten op de grond, wijzend naar de hemel

Tweede helft negentiende eeuw. Op zoek naar een geschikte plaats om mensen met lepra af te zonderen, sprong Kalaupapa, de noordelijke landtong van het eiland Molokaï (Hawaï-eilanden) in het oog. Omringd door de Grote Oceaan en afgescheiden van de rest van het eiland door een steile rotswand vormde dit stuk land, in de ogen van de Hawaïaanse overheid, de perfecte locatie om alle ongeneeslijke zieken samen te brengen in afwachting van een gewisse dood.

Copyright Juliaan Vandekerkhove

Overweldigend natuurschoon kreeg plots een wrange bijklank. Het paradijs werd ziek. De landtong kreeg een nieuwe bestemming als natuurlijke gevangenis. Wie er in de tijd van Damiaan aankwam, koesterde geen hoop op vrijlating en bezat geen bezoekrecht. Familieleden, vrienden en kennissen profiteerden weliswaar van de mazen in de wet om als gezonde helper hun dierbaren te vergezellen naar deze plek maar even later werd ook hun de toegang ontzegd.

Damiaan wist wat hem te wachten stond en toch bood hij zich vrijwillig aan om lief en leed te delen met de mensen van Kalaupapa. Hij schrijft zijn ouders na aankomst:

Mijn gewone bezigheid bestaat uit het bezoeken en verzorgen van de zieken. Bijna elke dag heb ik een begrafenis. Voor de arme doden maak ik zelf een kist. Onze zusters zenden mij vele kleren om aan de zieken uit te delen. Zodat ik aan deze arme schepselen niet alleen geestelijke maar ook maar ook lichamelijke hulp kan bieden. Ik vind mijn grootste geluk de Heer te dienen in zijn arme en zieke kinderen die door de andere mensen verlaten zijn. Ik doe wat ik kan om hen mee te nemen op de weg naar de hemel.

Meer dan eens wordt Damiaan  beschouwd als de gevangene van zijn roeping maar hij ervoer integendeel een grenzeloos geluk en een onwezenlijk gevoel van bevrijding. Daar op Kalaupapa besefte hij aan den lijve waar het christen-zijn omdraait. Het gaat er om mens te zijn.

De opdracht van elke christen bestaat erin zoals Dietrich Bonhoeffer dat zo kernachtig formuleert, uit “bidden en onder de mensen het goede doen”.

Damiaans christen-zijn bood de ongeneeslijk zieke mensen op Kalaupapa toch een uitweg doordat hij telkens naar de hemel wees. Elk mensenleven is de moeite waarde hier op aarde en ook voorbij de dood. Met de voeten op de grond, klaar om iedereen te helpen, en tegelijk wijzend naar de hemel als definitieve uitweg uit alle pijn en verdriet, won Damiaan de harten van zijn melaatse vrienden. Damiaans hemel gaf opnieuw zin aan hun leven op aarde.

Copyright Damiaan Vandaag

 

Riskeer Zorg Droom Verwacht Doe Deel Hoop

Riskeer meer dan wat anderen ‘veilig’ vinden.
Zorg meer dan wat anderen ‘wijs’ vinden.

Droom meer dan wat anderen ‘praktisch’ vinden.
Verwacht meer dan wat anderen ‘mogelijk’ vinden.

Doe meer dan je dacht dat je kan.
Deel meer dan je dacht dat je kan missen.

Hoop tegen beter weten in.
En wonderen van vrede zullen leven en alles nieuw maken.

Zuster Jeanne Devos bij de opening van de sociale winkel ‘Potpourri’ in Kortrijk op 20 januari 2018.
Klik hier voor meer info over dit project.

 

Jeanne Devos niet alleen maar samen
Bron: keepupthespirit.be

Ik zal er zijn

Wie God is
heeft geen mens ooit gezien.
Alles wat we weten
is dat telkens weer in de geschiedenis
mensen door Hem gegrepen worden,
door zijn liefde geraakt –
en dat zoiets je leven kan veranderen.
En dat Hij een naam heeft:
“Ik zal er zijn voor u.”
Ik zal er zijn
in je diepste binnenste,
in je hart en handen,
in je spreken en handelen.
Ik zal er zijn
als liefde en trouw
in je omgaan met mensen,
in je werken
aan beter samenleven voor allen.
Voor de rest heeft niemand
God gezien.
Tenzij hij misschien wel eens
te zien zou kunnen zijn in mensen
die elk op hun manier
van Gods naam een werkwoord maken
dat ze in alle vormen en wijzen vervoegen.
Ja, God is te zien
in mensen die geloven
dat hij te doen is.

(Welzijnszorg, Uit de schaduw. Bezinningsteksten, 2000, p. 133)