Damiaan: zalig! (IV)

EPILOOG: God stoot niemand af

Hij is kinderlijk en argeloos
hij begrijpt de taal van
de wijsgeer en wetenschap niet
en klinkt als rinkelend bekken
bezit is voor hem vergankelijk en ijl
maar niet de droom van een betere wereld.

Men vindt hem ’s nachts
in een metrostation
bij een brug langs de Seine
naast het bed van een kind
dat bevriend is geraakt met de dood
tussen puin en naamloze graven.

Een klankbord is hij,
een dak, een stuk brood,
een handvol warmte en troost
gehuld in het groen van de hoop.

Misschien is hij Damiaan,
niet toevallig verzeild
in een tijd
die om gekke en dwarse heiligen
schreeuwt.

(Wouter De Bruyne, Misboekje Zaligverklaring P. Damiaan, 4 juni 1995)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s