De laatste kerst van Damiaan

Advertenties

Kerstmis brengt Damiaan zekerheid!

Ik kan niet nalaten u te schrijven op deze mooie Kerstdag die mij de zekerheid heeft gebracht dat het Gods Wil is dat ik de wereld verlaat om religieus te worden.
Beminde Ouders, Ik vraag u nog eens of gij over deze zaak zult tevreden zijn, want zonder uw toestemming zou ik zulke staat niet durven aangaan, omdat het een gebod van God is aan zijn ouders te gehoorzamen…
Gij moet niet denken, beminde ouders, dat het alleen mijn wil is deze beslissing te nemen, ik verzeker u het is de heilige Wil van de goddelijke Voorzienigheid(…).
Gij weet, beminde ouders, dat wij allen een staat moeten kiezen door God ons toegewezen om in het hiernamaals gelukkig te kunnen zijn. Daarom is er voor u geen reden tot droefheid omdat God mij roept.

Fragment uit een brief van Damiaan aan zijn ouders, 25 december 1858

 

Copyright afbeelding: Damiaan Vandaag

 

Op weg naar Kerstmis…

De advent is een tijd van verlangen. Vol hoop en verwachting hunkeren mensen naar licht in de duisternis. Het koude, kille weer en de lange donkere avonden doen verlangen naar knusse gezelligheid en warme geborgenheid. Verlichte etalages, winkelzondagen, kerstmannen- en markten, drommen mensen in de straten kondigen het kerstfeest aan.

Of het kerstfeest ook kerstmis is, is een andere vraag. Terwijl we op zoek gaan naar een passend kerstgeschenk en een origineel kerstmenu bedenken, raakt de essentie van Kerstmis vaak ondergesneeuwd. Misschien kunnen we opnieuw authentiek Kerstmis vieren door op zoek te gaan naar die ondergesneeuwde betekenis van kerstmis. “Want wie kerstmis niet in het hart draagt, zal het ook niet vinden aan de voet van een boom”, schreef de Amerikaanse theoloog en methodist Roy Lemon Smith.

Kerstmis in het hart

In de koude maanden van het jaar was Damiaan volop in de weer om warme kleding te bemachtigen voor zijn melaatse vrienden. Wat is hij blij wanneer hij hulp krijgt vanuit Engeland. In een brief bedankt hij de gulle gevers hartelijk:

Ik dank de liefdevolle gevers hartelijk voor het vertrouwen dat ze in mij stellen voor de bestemming en verdeling van hun edelmoedige offergaven; (…) Omdat we momenteel in het koude seizoen zitten, heb ik vandaag bij onze zakenlui in Honolulu een bestelling gedaan van kleding om te voorzien in de behoeften van onze talrijke (500-600) melaatsen. (…)Wanneer die dingen hier aankomen zal de aangename geur van de liefdebloem der Engelsen hoog gewaardeerd worden en veel ongelukkige melaatsen in nood, wier koude en verstijfde ledematen weer het prettige gevoel van warme kleding ervaren, zullen zich dat nog lang herinneren. Zonder enige twijfel zullen de velen die hiervan profiteren, tot welke godsdienst ze ook behoren, u hun erkentelijkheid betuigen en ze zullen een vurig gebed storten voor al hun weldoeners.

Hij zorgde niet enkel voor kleding maar ook voor onderdak voor zijn mensen in deze barre tijd van het jaar:

De mensen vragen mij voortdurend hen te helpen bij de bouw van hun houten huisje. De regering geeft het timmerwerk, de missie het dak. Indien zij in staat zijn planken te kopen, leen ik hun gedurende enkele dagen mijn armen en zo zijn ze weer gehuisvest.

Op kerstdag 25 december 1888, schreef Rudolf Meyer, regeringscommissaris op Molokaï, aan Damiaan dat hij een mooi bedrag bij elkaar gebracht had en dat “wij er allerlei spelletjes en andere dingen mee gekocht hebben” voor de kinderen. Damiaan mocht ze uitdelen.

Copyright Damiaan Vandaag

Copyright Damiaan Vandaag

Gezonde ouders stuurden met kerstmis geschenken naar hun melaatse kinderen. Vaak stopten ze er een brief bij voor Damiaan. Een vader schreef Damiaan het volgende:

Ik zend je dit kleine briefje omdat we onze zoon Peter Camacho, die jij onder jouw hoede hebt, enkele kerstgeschenken hebben opgestuurd. Open gerust de doos en geef hem alles wat je erin vindt: een blikje crackers en speelgoed om zich te amuseren… Mijn vrouw en ik groeten u en Peter. Zeg onze geliefde zoon dat hij niet mag vergeten tot God te bidden. Beste Pater Damiaan, wij zijn je zo dankbaar dat je je bekommert om onze zoon op die onherbergzame plek, zonder hoop hem nog ooit in deze wereld terug te zien. Zo pater, vaarwel en dank je om onze geschenken aan Peter te geven en zeg hem dat zijn broers en zussen en wij hem niet vergeten zijn en meedragen in ons hart. Dank je wel Pater Damiaan! En veel liefs aan onze zoon Peter!

Damiaan holt zichzelf niet voorbij in drukke winkelstraten op zoek naar het zoveelste kerstgeschenk of de meest uitgelezen wijn of heerlijke kalkoen. Hij snelt zichzelf voorbij om er te zijn voor zijn medemensen, zijn melaatse vrienden.

Kerstmis op Molokaï

Laten we het ons voorstellen: kerstnacht in de melaatsenkolonie op Molokaï in Damiaans tijd. Damiaans kerk, de Sint-Philomenakerk, zit propvol. De melaatse inwoners van de kolonie wonen druk de middernachtmis bij. Het melaatse koor en de twee organisten zorgen voor muzikale omkadering. Het kaarslicht vult de kerk met licht en warmte. De kerk is een lichtbaken op het donkere eiland. Een door de ziekte getekende Damiaan gaat voor en kan zich nauwelijks staande houden. Op die verschrikkelijke plek, in de hel van Molokaï, ook daar komt God onder de mensen.

Copyright Damiaan Vandaag

Copyright Damiaan Vandaag

De melaatsen met hun misvormde aangezichten en verminkte ledematen kijken ons aan. De melaatsen zijn meer dan hun ziekte. De melaatse zijn mensen, medemensen. Wenden wij onze blik van hen af of proberen wij hen aan te kijken, recht in de ogen, als mensen. Damiaan deed het ons voor ook al kostte het hem ook moeite. En bij iedere aanblik, bij ieder oogcontact, werden ‘zijn’ melaatsen meer mens. Ook hij zelf werd erdoor geraakt. In de aanblik van het gelaat van een zieke medemens ervoer hij Gods aanwezigheid.

Een open deur, een open hart

In deze donkere dagen ontsnappen ze nog meer aan onze aandacht: onze medemensen in nood. Hoe beantwoorden wij een smekende blik van een arme bedelaar? Wat doen wij als een naaste familielid of een verre vriend of vriendin wat van onze kostbare tijd vraagt voor een goed gesprek? Laat het ons koud of verwarmt het ons hart? Je kan als mens geen dak boven je hoofd hebben. Dan ben je dakloos en hoop je ergens onderdak te krijgen. Maar je kan je als mens met een dak boven je hoofd ook reddeloos verloren voelen. Dan is je ziel dakloos. Je hoopt dan op de liefdevolle genade van God en je medemens. Laten wij de deuren van ons huis en de deuren van ons hart openen voor deze mensen.

Samen weer mens worden

Dan is de advent niet enkel een tijd van verlangend en hoopvol uitzien naar het licht. Meer nog is het samen met onze medemensen in nood uitkijken naar het licht, naar een hoopvolle en menswaardige toekomst voor iedereen. Zo worden we samen meer mens. Ieder jaar opnieuw roept een klein en weerloos kindje in een kribbe onder een schamel dak ons op weer en meer mens te worden. ‘Mens worden’ is de ware betekenis van Kerstmis en dat telkens weer opnieuw. Een zalige kersttijd gewenst!

Ruben Boon

Hij werd helaas melaats

Hij werd helaas melaats

Aan de Tremelose kerk,
Staat een echt kunstwerk.
Gemaakt voor een ware held,
Zijn verhaal werd al vele malen verteld.
Het is Pater Damiaan,
Zijn goedheid werd beloond met faam.
Alleen trok hij naar eiland ver hier vandaan,
En zou er nooit meer weggaan.
Het eiland Molokaï met zijn melaatsen,
Is nog steeds een van s ’werelds beroemde plaatsen.
Hij bezorgde de zieken een beter leven,
Maar moest helaas daarom ook het zijne geven.
Hij zou snel niets meer voelen,
De dood zou zijn laatste adem afkoelen.
Hij bleef bij zijn mensen,
En vervulde al hun wensen.
Hij bouwde er een kerk,
En leverde er goed werk.
Hij toonde zijn goed hart vele malen,
Zijn beeltenis siert nu de mooiste kathedralen.

Karolien Borghlevens

Kerstbezinning Op een dag kwam God naar de aarde en zei: ‘Wij, melaatsen …’

Het verhaal van Gods menswording is een liefdesverhaal. Jezus kwam naar de aarde om ons lief en leed te delen. Net als Damiaan worden ook wij opgeroepen om anderen nabij te zijn.

Zestien jaar leefde Damiaan te midden van mensen die verbannen waren naar de melaatsenkolonie. Hij verbond hun wonden, omarmde hun lichamen, sprak tot hun hart dat anders alleen gelaten werd. Hij organiseerde scholen, muziekkapellen, koren. Hij timmerde eigenhandig 2000 doodskisten, zodat deze mensen waardig begraven konden worden. Molokaï werd steeds meer een plaats om te leven dan om te sterven. Damiaan straalde hoop en vertrouwen uit.

Op een zondag, niet lang na zijn aankomst in de nederzetting, begon hij zijn preek met twee woorden: ‘Wij, melaatsen’. Hij was daar niet alleen om te helpen en het lijden te verlichten. Hij was één van hen. Vanaf die dag deelde hij zijn leven nog intenser met hen. Hij was er gekomen om met hen te leven. Hij zou ook met hen sterven. Ze waren helemaal verbonden.

Wie Jezus wil volgen, moet dienaar willen worden zoals Hij. Een dienaar die zijn leven deelt en geeft in liefde. Pater Damiaan is in de wereld van lijdende mensen afgedaald, niet als eenzame, maar als eensgezinde. Hij was intens verbonden met Jezus. Zo heeft hij geleefd met en voor uitgestoten mensen onder wie de Heer ook aanwezig was.

Ook vandaag zijn er allerlei soorten lepra die bronnen zijn van uitsluiting en uitstoting: ziekte, prostitutie, werkloosheid, rassendiscriminatie, handicap, drugs… Ook nu is het van belang de angst te overwinnen, je tot hun naaste te maken, een netwerk van relaties op te bouwen, de stem te worden van de stemlozen. Je zult telkens opnieuw geboren worden.

(naar John Ortberg, God is closer than you think, Michigan, 2005 : p. 95-96)

Copyright afbeelding: Damiaan Vandaag

Afdrukbare versie: Kerstbezinning Wij melaatsen

 

 

Kunstenaar worstelt met zichzelf en met Damiaan

Constantin Meunier (1831-1905) staat deze dagen volop in de belangstelling met twee tentoonstellingen, één in Leuven (Museum M) en één in Brussel (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten). Meunier maakte ook een Damiaanbeeld en dat heeft van de kunstenaar toch heel wat gevraagd…

De voorbereidingen voor een nationale hulde ter ere van Pater Damiaan startten dadelijk nadat het bericht van zijn dood (15 april 1889) ook België bereikt had. Een monument moest het werk van naastenliefde van de held van Molokaï op treffende wijze vereeuwigen. Het zou ergens een plaats krijgen in de Leuvense binnenstad. Begin jaren 1890 kreeg de vrijdenkende Brusselse beeldhouwer Constantin Meunier die toen woonde en werkte in Leuven, de opdracht ‘zijn’ Damiaan te beeldhouwen.

De uitvoering kostte hem heel wat moeite. Het was zoeken naar een gepaste beeldtaal op een moment dat het de kunstenaar op privévlak niet voor de wind ging. Het jaar 1894 bracht het overlijden van zijn twee zonen. Hij sukkelde in een depressie en stortte zich in zijn werk. Zijn Damiaanbeeld moest de overwinning van het leven op de dood verbeelden .

Na verschillende ontwerpen koos hij voor een Damiaan die zijn schoudermantel slaat om een doodzieke melaatse als symbool voor Damiaans toewijding ten koste van zijn eigen leven. Op zondag 16 december 1894 onthulde men het bronzen beeld plechtig in het Sint-Donatuspark. Heel waarschijnlijk was Meunier erbij. Nog voor dit zwarte jaar uit zijn leven voorbij was, keerde hij evenwel terug naar de hoofdstad. Leuven deed teveel herinneren aan één van zijn overleden zonen.

In 1907 kreeg Meuniers Damiaan een nieuwe plek aan de Sint-Jacobskerk. Meunier zorgde ook nog voor een aantal kleine replica’s van het moederbeeld. Het originele plasteren model van zijn hand staat in het Damiaaninstituut in Aarschot.

Literatuur: Micheline Jerome-Schotsmans, Constantin Meunier. Sa vie, son oeuvre, Waterloo, 2012 en René Obbels, Damiaan inspireert kunstenaars, Leuven, 1998.

Copyright afbeelding: Damiaan Vandaag