Damiaan, 5 jaar heilig!

5 jaar geleden op 11 oktober 2009 verklaarde paus Benedictus XVI Pater Damiaan heilig. 120 jaar eerder hadden andersgelovigen dat al gedaan. Bij Damiaans overlijden vond de Londense Times het niet nodig dat de katholieke Kerk de gebruikelijke wachttijd in acht zou nemen alvorens de ‘apostel van de naastenliefde’ heilig te verklaren. Dat moest maar meteen gebeuren. Bovenop zijn eeuwige rust had hij een snelle heiligverklaring meer dan verdiend.

De anglicaanse schilder Edward Clifford schreef dadelijk na de dood van zijn vriend Damiaan (1889) dat “wij blij moeten zijn dat de rooms-katholieke kerk zulke heiligen voortbrengt, en niet moeten aarzelen hun onze sympathie, hulp en hartelijke lof die ze verdienen te betuigen. Aan Damiaan geven we meer dan lof. Hij bezit onze liefde”. Het was even wachten op de wonderen na zijn dood en dus ook op de officiële heiligverklaring, terwijl zijn leven eigenlijk het grote wonder was.

Damiaan was geen man van het grote gebaar of van heilige hocuspocus. Hij had zijn talenten én gebreken. Hij deed vele kleine goede dingen die uiteindelijk een wereld van verschil maakte. Het begon al heel in het begin. Toen Damiaan op 10 mei 1873 aankwam in de melaatsenkolonie van Molokaï (Hawaii-eilande), kreeg hij van zijn bisschop de raad mee de melaatsen niet aan te raken. In het Evangelie staat echter iets anders. Jezus mijdt de melaatsen niet, hij raakt hen aan.

Ook Damiaan begreep al gauw dat als hij het vertrouwen van de melaatsen echt wilde winnen, dat hij dan de bisschoppelijke raad naast zich moest neerleggen. Net als Jezus ging hij naar de melaatsen toe en raakte hen aan. Met een eenvoudige aanraking, een uitgestoken hand, een welgemeend schouderklopje, een liefdevolle omhelzing, liet Damiaan zien dat ze er weer bij hoorden. De melaatsen werden opnieuw mens!

Damiaan ging nog een stapje verder. Hij raakte de melaatsen niet enkel aan, hij besloot bij hen te blijven. Hij zou niet spreken van ‘ik’ en ‘zij’ maar van ‘wij, melaatsen’. Voortaan at hij met hen uit dezelfde kom, dronk hij uit dezelfde beker, verzorgde hij hun wonden. Hij richtte een fanfare en verschillende koren op, organiseerde sportwedstrijden, speelde met de kinderen, bouwde huisjes, en dat allemaal samen met en voor de melaatsen. Ook al wist hij dat hij hen niet kon genezen en hij zelf vroeg of laat melaats zou worden, hij gaf de moed niet op. Alles deed hij met een groot hart voor zijn zieke medemensen.

Niemand heeft God ooit gezien, maar doorheen heilige mensen als Damiaan vangen we een glimp op van wie God is. Een God van liefde, oprecht bekommerd om zijn mensen. Twee wonderen, zijn liefdevolle aanraking en zijn ‘wij, melaatsen’, maken van Damiaan een heilige van de kleine goedheid.

Zelfs onder erg moeilijke omstandigheden houdt die kleine goedheid stand in vele kleine goede dingen die mensen als Damiaan voor elkaar over hebben. Die kleine goedheid die hij vanuit zijn geloof gestalte gaf, maakt Damiaan tot een heilige voor vandaag. Al met een klein gebaar, een troostend woord, een helpende hand, een luisterend oor kan iedereen vandaag de heilige Damiaan achterna!

Ruben Boon

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s