De onaanraakbare aanraken

Wat betekende het om priester te zijn in de melaatsennederzetting van Molokaï (Kalawao)? Wat voor een priester was Damiaan daar te midden ongeneeslijk zieke mensen, door de maatschappij zonder pardon afgeschreven. Damiaanbiograaf Gavan Daws schrijft hierover het volgende:

“De kern van de zaak was dat Damiaan de priester was van Kalawao. Omdat hij zo’n soort man was, was hij zo’n soort priester. En, als man en als priester, kon hij Kalawao verdragen en de mensen daar helpen. Voor parochianen als zijn Hawaiianen was contact allerbelangrijkst. Met een priester als Damiaan, in wie het geloof ongekunsteld vlees geworden was, was geloven iets fysieks geworden. Het lichaam versterven, sterven aan jezelf, het risico lopen fysiek melaats te worden om de morele melaatsheid te kunnen helen, dat betekende ‘een goed priester zijn’. Als dat betekende onaanraakbaren aanraken, dan moest dan gebeuren. Het contact van de priester was de onvermijdelijke band tussen parochiaan en kerk, tussen zondaar en redding.

En zodoende nam hij op een bepaalde manier – een manier die alleen hijzelf ooit nader had kunnen omschrijven, maar waarover hij nooit mededelingen deed tenzij door middel van zijn niet geregistreerde dagelijkse handelingen – het besluit de mensen van Kalawao, zijn gezin in Christus, zonder reserve aan te raken. Dat moet in het begin van zijn pastorale werk daar geweest zijn; zeer waarschijnlijk was het maar een kwestie van maanden. In elk geval, toen G.W. Woods hem in 1876 zag, at hij poi uit de gemeenschappelijke kalebas, deelde zijn pijp met de Hawaiianen, reinigde onbeschroomd open zweren en speelde ongedwongen met zieke kinderen.

Ergens onderweg – binnen de begrenzing van de biechtstoel, bij het contact van zijn hand met het lichaam tijdens de zalving der zieken, of misschien bij het aanzitten aan tafel of bij een omhelzing als welkomstgroet of afscheid – ging de lepra van parochiaan op priester over. Al ging dit aanvankelijk dan onmerkbaar, een onwaarneembare omvorming van Damiaans vlees en bloed, toch maakte het hem tot wat hij vanaf het begin , uit priesterlijke liefde, had gezegd dat hij was: een van de gemeenteleden, ‘wij melaatsen’”.

Uit: Gavan Daws, Pater Damiaan. De heilige man van Molokaï, 2de druk, Tielt: uitgeverij Lannoo, 1989, p. 180

Afbeelding: Altaar gemaakt door Damiaan voor ‘zijn’ Sint-Philomenakerk, Kalawao, Molokaï. Nu behoort het altaar tot de collectie van het Damiaanmuseum, Tremelo. Copyright Damiaan Vandaag.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s