Nu ben ik priester én missionaris!

Wat betekent het priester én missionaris te zijn op de Hawaii-eilanden? In dit fragment uit de documentaire Pater Damiaan. Het ware verhaal (TV 1, 1994)  beleven we het mee met Damiaan. De eerste negen jaar (1864-1873) van zijn roeping werkt hij op Big Island (eiland Hawaii). Hij maakt er kennis met de Hawaiianen en hun cultuur. De missionaris gaat houden van zijn nieuwe gelovigen en ook de Hawaiianen sluiten op hun beurt hun herder in het hart. Daar op Hawaii maakt Damiaan ook kennis met de lepra-ziekte. Hij ziet hoe zieke parochianen worden weggeplukt bij hun families en welk leed de zieken en achterblijvende families treft. Het raakt Damiaan diep…

 

 

 

 

Advertenties

Het bijzondere geluk van een kersvers priester

Ook aan zijn broer Pamfiel schrijft hij over zijn priesterwijding op 21 mei 1864, in zijn brief van 23 augustus 1864. Het was een bijzondere ervaring zo ver weg van familie en vrienden, in een vreemd land, na een opleiding in sneltreinvaart:

Wat was onze voorbereiding toch kort voor zo’n verheven ministerie! We werden ’s zaterdags  gewijd. De dag erna celebreerden wij onze eerste H. Mis in de kathedraal van Honolulu.  Je herinnert je wel de heerlijke emotie die je onderging op de dag dat je het geluk had om voor het eerst naar het altaar te gaan om het Heilig Offer voor onze redding op te dragen. Ik maakte dat ook mee, maar met één verschil: jij had familie en bekenden en medebroeders om je heen die allemaal goed praktiserend waren , terwijl mijn gelovigen bestonden uit verse christenen… Ondanks mijn ongevoeligheid leek mijn hart als was te smelten toen ik voor het eerst het heilig brood uitreikte aan een honderdtal mensen hier. In werkelijkheid dacht ik sterk hieraan: verschillenden van de mensen die ik voor me zag, in het wit gekleed en ingetogen naar de communiebank komend, hadden misschien vroeger een knieval gemaakt voor afgoden.

Nu ben ik priester!

Op 21 mei 1864 werd Damiaan door bisschop Louis Maigret tot priester gewijd in de kathedraal van Honolulu. Begin juni begeleidde de bisschop hem al naar zijn werkterrein op het eiland Big Island (Hawaii). Pas drie maanden na zijn wijding vond hij even de tijd om te schrijven.

In een brief van 23 augustus 1864 aan zijn ouders geeft hij zijn indrukken weer:

Op 21 mei laatstleden heeft het de Heer behaagd mij met de verheven waardigheid van het priesterschap te bekleden. De wijding had plaats in de kathedraal van Honolulu. We waren met drie nieuwe priesters, oud-novicen van Leuven. De bisschop van Arathie, Louis Maigret, Apostolisch Vicaris van de Hawaii-eilanden, heeft de heilige wijdingen toegediend.

Nu ben ik een priester, lieve ouders, een missionaris in een bedorven, ketters en afgodisch land. Wat een plicht betekent dat voor mij! Wat een apostolische ijver moet ik hebben! Hoe zuiver moet mijn zedelijk leven zijn, hoe juist mijn oordeel in het oog van anderen! Helaas, lieve ouders, hoe kan ik die U als kind zoveel verdriet heb aangedaan met mijn streken, een christenmens onwaardig, hoe kan ik de taak van een priester-missionaris vervullen?

Liefste ouders, vergeet deze arme priester toch niet die dag en nacht over de vulkanen van de eilanden rondloopt  op zoek naar verdwaalde schapen. Ik smeek U, bid dag en nacht voor mij! Laat thuis voor mij bidden (…)
Wees maar niet bezorgd over mij, want wie God dient is overal gelukkig.

 

 

 

 

Hulp van een landgenoot

Op 17 mei 1888 kreeg Damiaan op Molokaï het gezelschap van een landgenoot. De Luikse priester Lambert Louis Conrardy kwam aan in de melaatsennederzetting na missiewerk in Frans Oost-Indië en onder de Indianen in Oregon (VS). Hij raakte gefascineerd door Damiaans werk bij de melaatsen en onderhield van 1877 een correspondentie met de “held van de naastenliefde”. Een goede tien jaar later ging hij zelf naar Molokaï. Damiaan was maar alle te blij met een stel extra priesterhanden. Conrardy was een grote hulp en werd een goede vriend van Damiaan. Hij stond aan zijn sterfbed en gaf hem de laatste sacramenten. Na de dood van Damiaan bleef hij op Molokaï. In november 1895 kwam de broer van Damiaan, Pamfiel De Veuster, aan in de kolonie. Conrardy vierde nog kerstmis bij de melaatsen maar nam erna afscheid. Via een tussenstap in Honolulu ging het naar zijn nieuwe missiegebied: China.

In een brief aan Damiaan van 4 november 1887, schreef Conrardy:

Erg vaak kwam het in mij op u te schrijven. Ik heb uw laatste mooie brief goed ontvangen. Dat is nu toch al twee jaar geleden. Sindsdien las ik in de kranten dat de vreselijke ziekte u niet gespaard heeft. De Goddelijke Meester die u de moed gaf om zovele jaren de melaatsen bij te staan, zal u vast en zeker opnieuw de nodige moed en berusting geven. U bent een groot voorbeeld voor de wereld, zoals de heilige Job, die door God materieel en persoonlijk op de proef werd gesteld, een voorbeeld was voor de mensen van zijn tijd. De goede God is wonderlijk in zijn heiligen.

 

Foto: Damiaancollectie, Paters der Heilige Harten, Leuven

Aankomst op Molokaï

Op 10 mei 1873 om 11 uur in de morgen, legde de steamer Kilauea aan in de melaatsennederzetting van Molokaï. Samen met zijn bisschop Louis Maigret zette Damiaan voet aan wal. Het ontvangstcomité van zieken was indrukwekkend. Enkele zieken overhandigden de eminentie een petitie met 200 handtekeningen. Hun verzoek: een permanente priester in de nederzetting. Over zijn bijzonder bezoek aan de melaatsennederzetting die morgen schreef de bisschop achteraf:

De melaatsen die nog konden gaan, zijn ons tegemoet gekomen. Op een oogwenk waren we door een groep van onze neofieten omringd, die we dadelijk aan de rozenkrans herkenden, door hen rond hun nek gedragen. We begaven ons naar de kapel, die broeder Bertrand voor hen heeft gebouwd, en na gebeden te hebben, kwamen we buiten om met hen te spreken. Hier is Pater Damiaan, zei ik, die bereid is zich voor het heil van uw zielen te offeren… Die goede pater zal altijd ter beschikking van zijn oversten blijven, maar wees ervan overtuigd dat we u nooit zullen verlaten, noch in het leven, noch in de dood. Ik merkte dat een groot gedeelte van de leprozen hun tranen uitwisten. Zij vielen op hun knieën en vroegen me hen te zegenen. Hun aanblik is afstotend, maar O.L. Heer is zowel voor hen als voor ons gestorven. Zij zijn onze broeders, wij beminnen hen en we zullen niet ophouden hen lief te hebben. Vol vreugde hen gezien te hebben, maar met hartzeer, ben ik weer aan boord gegaan.

Damiaan bleef alleen achter met zijn zieke parochianen…

 
Foto: Damiaancollectie, Paters der Heilige Harten, Leuven.