“Die avond in Tremelo, 83 jaar geleden, ontroert mij nog altijd”

In onze zoektocht naar iemand die zich door Pater Damiaan laat inspireren, ontmoetten wij zuster Emmanuëlla Smolders. Zij behoort tot de congregatie van de zusters van de Heilige Harten, beter bekend als de ‘picpusinnen’ en woont momenteel in het klooster in Heverlee. Zij werd geboren op nieuwjaarsdag 1924 en was twaalf jaar toen op 3 mei 1936 het stoffelijk overschot van Pater Damiaan van Antwerpen naar Leuven werd overgebracht na een lange reis met de ‘Mercator’. Zij is één van de zeldzame nog levende ooggetuigen. En toch herinnert zij het zich nog levendig. Wij wilden wel eens weten hoe zij dat allemaal heeft ervaren. Het werd een boeiend getuigenis. Wij laten haar zelf aan het woord.

“Na mijn geboorte is ons gezin van Keerbergen naar Tremelo verhuisd. Als kind had ik goede contacten met de familie De Veuster en met enkele nichten van Pater Damiaan. Ik liep de lagere school bij de zusters in Tremelo. In 1936 deed ik mijn plechtige communie, enkele weken voor de terugkomst van Pater Damiaan. Wij droegen allemaal witte kleren. Dat was toen zo de gewoonte. Op 3 mei verzamelden alle kinderen in de Gildezaal in Tremelo. Want Pater Damiaan kwam terug naar Tremelo. Wij in ons wit kleed. Om acht uur ’s avonds gingen wij te voet naar de grote baan richting Grootlo. Het was koud. Een massa mensen trok mee naar de plaats waar de stoet zou passeren.

Ondertussen bracht mijn vader voor mij een warme sjaal. Want wij bibberden van de kou. De meeste mensen zochten wat beschutting tegen de gevels van de huizen. Velen knielden en begonnen te bidden. Rond middernacht naderde de lijkstoet. De zuster zei dat wij mee mochten opstappen. Omdat ik de kleinste was van de plechtige communicanten liep ik als eerste vlak achter de lijkwagen met daarop de kist van Pater Damiaan. Dat deed mij iets. Zo dicht bij hem. In stilte ging het naar de kerk van Tremelo waar wij rond één uur aankwamen. Plots klonk er een kanonschot als welkom. Wij waren blij dat Pater Damiaan terug thuis was.

Zr Emmanuella2

Zuster Emmanuëlla en de Heilige Harten, copyright Paula Teck

Hij was één van de onzen waar wij zo fier op waren. Voor de kerk werd het ‘In Paradisum’ gezongen. En dan gebeurde het. Plots vertrokken al die auto’s. Ik zei met tranen in mijn ogen: ‘Hij was nu bij ons en nu gaat hij weg’. Iedereen vond het jammer dat de stoet verder trok. Maar toch ben ik blij dat ik het allemaal heb mogen meemaken. Telkens als ik mijn verhaal vertel ben ik ontroerd maar ook dankbaar. Ik ben nu 95 jaar en 74 jaar kloosterlinge in de congregatie van de Zusters van de Heilige Harten. Maar ik ben vooral blij dat Pater Damiaan als kloosterling-missionaris van de Paters van de Heilige Harten één van de onzen is. Want die avond in Tremelo, 83 jaar geleden, ontroert mij nog altijd”.

Met dank aan zuster Emmanuëlla en zuster Paula Teck

Advertenties

De wonderen van Damiaan

Via zijn nonkel pater Rene Obbels, pater van de Heilige Harten en redactielid van Damiaan Vandaag, heeft filosoof en auteur Dirk De Schutter een speciale band met Pater Damiaan. Het inspireerde hem tot volgende diepzinnige beschouwing over de ‘wonderen’ van Pater Damiaan.

Als wij, mensen van de eenentwintigste eeuw, met onze wetenschappelijk getrainde blik de evangelies lezen, schudden we ongelovig het hoofd wanneer we vernemen dat Jezus wonderen verrichtte, dat hij zieken genas, blinden en melaatsen. Wij verwerpen die getuigenissen en doen ze af als fabels en verzinsels. Geruggensteund door de wetenschappen weten we immers dat blindheid of melaatsheid niet genezen worden door een handoplegging. Elke dag opnieuw stellen we vast dat de wetenschappen in staat zijn tot het verwezenlijken van verbluffende dingen, maar tegelijk houden we vast aan de grenzen van het mogelijke. En het mogelijke is voor ons het maakbare. Weliswaar breiden we de grenzen van wat maakbaar is, uit, maar wat niet maakbaar is, blijven we ‘het onmogelijke’ noemen.

Damiaan en de weesjongens_1889

Damiaan en de weesjongens, 1889, Copyright Damiaan Vandaag

Damiaan heeft nogal wat gemaakt. Hij hield van timmerwerk, het beroep van Jozef naar wie hij was genoemd, en dus voorzag hij in de eerste nood voor de ballingen van Molokaï: hij bouwde huizen en een ziekenhuis en een kerk. Hij legde akkers aan en zorgde voor een laatste rustplaats voor de doden. Medische hulp was er nauwelijks ten tijde van Damiaan: er bestond geen geneesmiddel tegen het bacil dat melaatsheid veroorzaakt.

Damiaan heeft meer gedaan dan wat maakbaar is: het onmogelijke. Hij heeft de zieken als mensen behandeld, als zijn medemensen en naasten, hij heeft ze vertrouwen gegeven, zelfvertrouwen en het vermogen om de ander te vertrouwen. Hij heeft ze verteld dat ze meer waren dan hun afgrijselijke ziekte. Hij heeft ze waardigheid gegeven en een ziel en zo heeft hij op het schiereiland een gemeenschap gesticht: een samen-leving.

Wat is in God geloven? Tenzij geloven dat wij, mensen, in het samen-zijn met anderen en met elkaar wonderen kunnen verrichten: het onmogelijke?

Dirk De Schutter, filosoof en auteur
http://www.dirkdeschutter.com

Dirk De Schutter2

Copyright Dirk De Schutter

Met dank aan Dirk De Schutter en Annemie Obbels

Damiaanbezinning

Damiaan is naar Molokaï gegaan
om veel te doen ‘voor’ de arme mensen.
Maar al doende is hijzelf arme medemens geworden.
Voor hem was dat een ommekeer in zijn leven.
Moge dat voor onszelf en voor onze kerk ook een ommekeer zijn.

Damiaan heeft niemand op zijn of haar verleden vastgespijkerd.
Hij heeft dat op Molokaï gaandeweg geleerd.
Voor hem was dat een verrijking.
Moge dat voor onszelf en voor onze kerk ook een verrijking zijn.

Damiaan werd door zijn bisschop en zijn overste tegengewerkt.
Hij zette zich niet af tegen hen, maar bleef zich inzetten
voor- en samen met- de uitgestoten mensen.
Mogen wijzelf en onze kerk ook die houding verwerven.

Damiaan heeft op Molokaï leren geloven
in de kracht van het kleine begin:
het zaad in de grond, de gist in het deeg.
Mogen wijzelf en onze kerk ook die geest van geloof verwerven.

Damiaan putte de kracht om vol te houden
uit een intens gebedsleven.
Hij kon de gebeurtenissen in zijn leven
en de ziekte die hem overkwam,
beleven vanuit een diep geloof en een sterke hoop.
Mogen wijzelf en onze kerk ook die levenshouding verwerven.

Juliaan Vandekerkhove ss.cc.

Eerder gepubliceerd in Mensen Onderweg, juli-augustus 2009, nr. 6

Met Damiaan op weg naar Kerstmis

Christenen vertrouwen op een God die geen afstand bewaart, maar mensen liefdevol nabij wil zijn als een vader en een moeder. Sterker nog, christenen geloven dat God mens geworden is. In christelijke ogen symboliseert een kwetsbaar en onschuldig kind de menswording van God.
Met Kerstmis in aantocht willen we op zoek gaan naar de betekenis van dat christelijke geloof in een nabije God die mens wordt. Damiaan is bij die zoektocht – zo blijkt – een ideale gids en tochtgenoot. Was hij immers als geen ander mensen liefdevol nabij op Molokaï?

Hoe wordt God mens?

Hoe kan God mens worden in onze huidige samenleving die nog steeds mensen discrimineert en uitsluit op grond van wie ze zijn en wat ze bezitten? Hoe kan God mens worden in een tijd waarin mensen elkaar eerder zien als last en bedreiging dan als broers en zussen over grenzen heen?
Dat kan alleen als God zich klein en kwetsbaar toont. Dat kan alleen als hij zich identificeert met wie verdrukt wordt. Dat kan alleen als hij bondgenoot wordt van mensen in nood, aan de rand van onze samenleving. God is geen machtige koning op een troon ergens in den hoge. Hij wil redden wie zogenaamd niet gered kan worden. Hij blijft niet onbewogen en onverschillig. Hij laat zich raken en beroeren door de pijn, het verdriet, de noodkreet van mensen. Hij verschilt in alles van de wereldlijke goden en machten zoals eerzucht, hebzucht en heerszucht die mensen in hun greep houden en onderdrukken.

Ongehoord en ongelofelijk

De christelijke God erkent de menselijke waardigheid en respecteert de menselijke autonomie en vrijheid. Hij wil dat mensen ten volle mens zijn en worden in liefde- en respectvolle relatie met elkaar. Dat blijkt niet altijd even eenvoudig. Daarom laat God mensen niet in de steek. Hij geeft hen nooit op ook al lijkt de situatie hopeloos. Niemand gaat in zijn ogen verloren. Hij deelt het lot van mensen in goede en kwade dagen. Hij steekt de hand uit. Nooit wordt hij het moe zijn vriendschap en solidariteit te betuigen zelfs al tonen mensen zich helemaal niet geïnteresseerd of keren ze hem boos de rug toe. Dit verbond tussen God en de mens is onverwoestbaar. Geen wereldlijke macht of kracht krijgt het stuk. Dit valt niet te rijmen met wereldlijke maatstaven. Het is ongelofelijk en ongehoord. “Wie heeft dat ooit gehoord, wie heeft het ooit vernomen, in wie is het ooit opgekomen, wie heeft zoiets bedacht… een God die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht?”, vraagt de profeet Jesaja zich af in het Oude Testament.

Wie wacht er vandaag op Gods menswording?

Misschien zij die zich nergens thuis voelen, nergens welkom zijn, overal scheef bekeken worden, naar wie geen mens omkijkt. Misschien zij die lam geslagen zijn door pijn en verdriet en het niet meer zien zitten. Misschien zij die ogenschijnlijk alles zijn en hebben wat ze wensen kunnen maar toch een onbestemd gevoel van leegte ervaren. Misschien zij die zichzelf verliezen in de drukte en hectiek van het alledaagse leven en geen tijd vinden voor wat er echt toe doet. Voor hen wordt God mens. Voor hen toont hij zich van zijn meest menselijke en kwetsbare kant. God wordt mens onder de mensen zonder onderscheid. En dat is ongehoord, zoals de profeet Jesaja ook verkondigt.

Op een dag kwam God naar de aarde en zei: ‘Wij, melaatsen’

Is wat Damiaan deed ook niet ongehoord? Damiaan ging naar Molokaï om het leven te delen van mensen met wie niemand zich wilde inlaten, mensen uit de maatschappij verbannen vanwege hun ongeneeslijke ziekte. Vanuit zijn geloof in de christelijke God kon hij deze mensen niet aan hun lot overlaten. Zestien jaar leefde hij in hun midden. Hij leerde hun taal. Hij luisterde naar hun verhalen en sprak woorden van troost en bemoediging. Hij deelde hun vreugde en verdriet. Hij verzorgde hun wonden, at met hen uit dezelfde kom, dronk uit dezelfde beker.

Ingezamelde hulpgoederen deelde hij uit zonder onderscheid. Hij voorzag in degelijke huisvesting en zorgde ervoor dat mensen waardig begraven werden. Onderwijs en ontspanning laten je als mens ten volle tot ontplooiing komen. Daarom investeerde hij tijd en energie in de oprichting van een school, een koor en een fanfare. Regelmatig brachten zangers en muzikanten de zieke gemeenschap van Molokaï in feeststemming. Voor Damiaan waren de zieke en verstoten mensen als een familie die je niet in de steek laat. Molokaï bouwde hij uit tot een nieuwe thuis. Hij sloot zichzelf niet op. Hij was niet voorzichtig. Hij bewaarde geen afstand. Hij riskeerde besmetting omdat hij de mensen van Molokaï het gevoel wilde geven dat ze erbij hoorden.

Niet lang na zijn aankomst sprak Damiaan op een zondag zijn zieke vrienden in de kerk toe met de symbolisch woorden “Wij, melaatsen”. Vanaf dat moment was Damiaan er niet enkel voor hen, om hen te helpen en hun lijden te verzachten. Vanaf dat moment was Damiaan één van hen. Hij ging in hun schoenen staan. Hij identificeerde zich met hen. Hij verbond zijn lot aan wie verstoten en reddeloos was. Hij toonde zich klein en kwetsbaar, mens met de mensen van Molokaï.

God wordt mens elke dag opnieuw

Elke dag opnieuw wordt de christelijke God weer mens in en door mensen zoals Damiaan die ongehoorde dingen doen, angst en vooroordelen overwinnen en tegen de stroom ingaan. Klein en kwetsbaar, in liefde en verbondenheid met mensen in nood voel je je als mens opnieuw geboren worden. Damiaan wijst ons zo tussen alle kerstheisa en -drukte door de weg naar Kerstmis.

Bron: John Ortberg, God is closer than you think, Michigan, 2005.

Damiaan: gids en tochtgenoot voor de 21ste eeuw

Damiaan is meer dan een held en een heilige uit het verleden. Damiaan opsluiten in dat roemrijke verleden is hem oneer aan doen. Hij staat immers dichter bij ons dan we denken. Hij is brandend actueel. Voor ons en voor al wie zich inzet om van onze samenleving een hartelijke en gastvrije thuis te maken, kan Damiaan een gids en tochtgenoot zijn. In zijn boekje Gelukkig zijn met Damiaan als bondgenoot vertaalt Walter Van Wouwe, voormalig stafmedewerker van Damiaanactie en huidig projectcoördinator van de Clemenspoort (Redemptoristen) in Gent, het boeiende leven van Damiaan naar vandaag. Hij doet dat aan de hand van 5 sterren, levenswijsheden, richtsnoeren, die ons kunnen inspireren om met Damiaan vandaag op weg te gaan. We zetten deze 5 sterren of wegwijzers voor u op een rij.

Ster 1: Iedereen telt, dat telt

 

Damiaan groeit op als Brabantse boerenjongen. De boerderij en graanhandel van zijn ouders vormen ‘zijn’ wereld. Wanneer hij later als jonge missionaris aankomt op de Hawaï-eilanden gaat een nieuwe onbekende horizon voor hem open. Hij maakt kennis met een andere cultuur en leert een nieuwe taal. In het begin maakt hij nog onderscheid tussen katholieken en niet-katholieken. Zijn keuze voor de leprakolonie van Molokaï maakt van een zieltjeswinner evenwel een religieus bewogen mensenrechtenactivist en ziekenverzorger. Voorbij alle grenzen van religie of levensovertuiging, afkomst of huidskleur is Damiaan overtuigd van de waardigheid van elke mens. Vanuit zijn geloof beschouwt hij ieder mens als zijn broer of zus die aandacht en zorg verdient. In Damiaans ogen is elke mens de moeite waard. Hiermee overstijgt Damiaan het hokjesdenken van zijn tijd en zet hij actief in op verbondenheid. Hij schept zo levenskansen voor iedereen.

Ster 2: Maak van elke hindernis een springplank

 

Damiaan kent heel wat problemen en tegenslagen. Hij voelt zich meer dan eens eenzaam, onbegrepen, depressief, opgebrand. Wanneer hij zelf ziek is, overvalt hem de angst dat er niemand is om hem te helpen en zijn werk verder te zetten. Hier komt Damiaan niet op de voorgrond als de tot de verbeelding sprekende held maar als een mens van vlees en bloed. Ondanks alle kommer en kwel koestert Damiaan het vertrouwen dat hij nooit helemaal alleen staat. Hij vindt steun bij zijn zieke parochianen, bij sympathisanten en weldoeners wereldwijd, in zijn geloof in Iemand die je nooit in de steek laat. In de donkere nacht van pijn en verdriet gaat Damiaan op zoek naar hoopgevende lichtpunten. Hij toont zich veerkrachtig en geeft niet op. Damiaan zoekt het lijden niet op en verbloemt het niet. Hij pakt het samen met anderen aan en gebruikt het als springplank naar hernieuwde levenszin.

Ster 3: Een plus een is drie of soms vier of soms…

 

Over Damiaan doet de ronde dat hij een nukkig en koppig man zou geweest zijn. Kortom, moeilijk om mee samen te werken. Al wie hem persoonlijk heeft gekend, ontkent niet dat Damiaan een temperamentvolle en ijverige doorzetter is. Toch zoekt hij vooral naar verbondenheid en samenwerking. Damiaan is een echte gemeenschapsmens. Herhaaldelijk vraagt hij zijn bazen om hulp, om een steun en toeverlaat. Hij is dolgelukkig als er hulp uit onverwachte hoek komt of bezoek van één van zijn buitenlandse vrienden. Damiaan inspireert mensen tot samenwerking. Samen met zijn zieke parochianen bouwt hij aan de kerk en talrijke huisjes. Hij richt een fanfare en talrijke verenigingen op en organiseert feesten en processies. Damiaan luistert naar de noden en verlangens van zijn medemensen, respecteert hun eigenheid en spreekt hun talenten aan. In zulke sfeer van wederzijds respect en begrip zijn velen bereid het beste van zichzelf te geven voor elkaar en samen een stukje hemel op aarde te realiseren.

Ster 4: Bruggen bouwen

 

Damiaan sluit zich niet op in zijn eigen situatie of persoonlijke levensovertuiging. Hij opent nieuwe wegen in  dialoog met wie niet tot zijn Kerk behoort en durft te experimenteren met nieuwe geneesmiddelen voor lepra. Hij schrijft talrijke brieven, niet alleen naar zijn overste of naar zijn familie maar ook naar sympathisanten en donateurs wereldwijd. Hij heeft contacten met de politieke wereld, met kunstenaars, met leden van andere Kerken die hij tot zijn beste vrienden mag rekenen. Bezoekers op Molokaï ontvangt hij gastvrij en in stijl. Zo ontstaat er een netwerk van solidariteit dat de ganse wereld omspant. Damiaan treedt uit zijn comfortzone, toont zich open en ruimdenkend, gaat constructief op zoek naar wie zijn droom van een menswaardige samenleving deelt en zich ervoor wil inzetten.

Ster 5: Verzorg je inspiratiebronnen

 

Damiaan wakkert het vuur, de levenszin, aan bij zijn ongeneeslijke zieke medemensen. Hij raakt hun harten en verzacht de pijn en het verdriet van een leven in afzondering. Damiaan wordt dan wel heel erg opgeslorpt door al zijn dagelijkse bezigheden en bekommernissen, toch draagt hij ook zorg voor zijn innerlijk vuur en zijn eigen inspiratiebronnen. Hij bezoekt zijn zieke parochianen thuis of in het ziekenhuis en luistert naar wat hen bezighoudt. Hij viert samen feestelijk eucharistie. Hij studeert en leest tijdschriften. Hij neemt de tijd om te vertragen, te verstillen, te bidden en te mediteren. Het gebed geeft hem de moed en energie om vol te houden. In de stilte vindt hij – in alle drukte – terug wat wezenlijk van belang is. Damiaan probeert zorg te dragen voor zichzelf, maakt tijd voor wie hem na aan het hart ligt, voedt zijn inspiratiebronnen, verzamelt nieuwe kennis en wijsheid voorbij de waan van alledag, zoekt de stilte op om echt te herbronnen.

We geven 5 exemplaren van het boekje Gelukkig zijn met Damiaan als bondgenoot door Walter Van Wouwe gratis weg. Maak kans en stuur ons een e-mail (info@damiaanvandaag.be) met daarin een korte motivatie waarom u graag het boekje zou willen.

U kunt het boekje Gelukkig zijn met Damiaan als bondgenoot door Walter Van Wouwe ook eenvoudigweg bij ons bestellen via info@damiaanvandaag.be of tel. 016 31 63 68. De kostprijs bedraagt 5 euro + 2 euro verzendingskosten.

Download hier dit artikel in pdf: Artikel_Damiaan_gids_tochtgenoot_21ste_eeuw