Een Damiaangebed

Apostel der leprozen
door God toen uitgekozen
te gaan naar dat soort mensen
met vragen en met wensen.

Geen hoop op verder leven
hun niemand nog kon geven;
Hebt gij, Heilige Damiaan
toen wonderen gedaan
met zorg en liefde voorbereid
op d’eeuwige Hemelse zaligheid.

Wees nu voor ons een nieuw anker
geen lepra maar die erge kanker.
Wij vragen U door ons gebed
dat menig mens ook wordt gered.

Veel leed misschien kan hen besparen
door wetenschap die ze vergaren
dat ons gebed voor beiden samen
Uw goedheid treft, zeggen wij
Amen.

Gust Lybaert, bewoner van De Korenbloem, WZC Den Olm Bonheiden, 2 september 2017

Advertenties

Een verhaal zonder einde

Het begon in zijn gedachten,
Die wil om te helpen.
Ver van huis,
Het gevoel geroepen te worden.
Hij stapte zonder aarzeling op de boot,
Naar een plaats die hij nog nooit had gezien.
Een plaats die hij thuis zou noemen.
Jaarlijks vertrekken honderden mensen,
Naar ver afgelegen gebieden.
Zijn voorbeeld volgend.
De Damiaanactie, Plan International, SOS Kinderdorpen,
Allemaal willen ze helpen.
Waar ze ook maar kunnen,
Waar ze nodig zijn.

Karolien Borghlevens

Tremelore

Tremelore,

Alwaar een uitzonderlijk man ooit werd geboren
Zijn wieg stond in Ninde
Een eenvoudige thuis
Een verre bestemming
Werd zijn eeuwig huis

Damiaan,
Zijn blijkveld reikte verder dan bekrompen
Wars van vleierij en klerikaal verwaand
Religieus in lompen

Materialistisch denken en aardse hengsels
Konden hem niet bekoren
Het was bij de zieken, verschoppelingen
Aan wie hij zou behoren.

Wij melaatsen
Doordrongen intiem,
Paradijselijke dumpplaatsen
Verdoemd mensdom
Veruitwendigde Zijn rijkdom
In diepe gedrochten van lijden
Werd hij een met de zijnen.

Ereburger van Tremelo
Opmerkelijk verwaarloosbaar ego
Gekoesterd in talrijke harten
Getart door onnoemelijke smarten
Kleine daden, zielsverbonden
Tedere liefde, onomwonden.

Damiaan,
In onbaatzuchtigheid
Zijn wilskracht en eenvoud
Verbindt ons in deemoedige nederigheid.

Greet Van Moer, dorpsdichteres van Tremelo 2016-2017

Een zee van bootjes

Een kleine groep bootjes,
Vaart naar de kust van Molokaï.
Een zieke neemt de peddels in handen,
Brengt hen naar de parelwitte stranden.
Het schip maakt rechtsomkeer.
Geen weg naar huis meer.
Zoute tranen over hun wangen,
De pijn van het naar huis verlangen.
Geen moeder meer,
Geen vader.
Wachten op hun ontmoeting met de Heer.
Hun voeten raken voor het eerst het zand,
Van dat lange witte strand.
Dit is het einde,
Maar ook het begin.

Karolien Borghlevens